Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling kortverhalen daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Ik ben tijdelijk gestopt met kortverhalen, maar in 2016 heb ik een geredigeerde bundel van de beste verhalen uitgebracht: 'Recombinant' is gratis te downloaden in PDF- en in EPUB-formaat.

donderdag 27 oktober 2016

Ananke (IV)

Glenlivich (Sol 2)

Als een zwerm agressieve bijen werd de gedachte aan springen almaar onontkombaarder. Zelfs de wolken kwamen niet tot hier. Sia duizelde, was dronken van het verlangen om te vallen en de roes te voelen van de wind die haar adem zou afsnijden. Ze sprong.
Ze werd wakker in een hels lawaai.
“Godverdomme.”
Het was tot haar eigen verbazing niet zijzelf die het zei, maar Hwang, die in de tent overeind zat en licht gemaakt had aan de sluispoort. Zijn ogen waren gericht op de wanden, die vervaarlijk beefden en trilden.
“Magmastorm,” verklaarde hij voor Sia. Ze wist dat ze er uit moest zien als een halve wilde, met haar zwarte haar hopeloos in de war over haar voorhoofd en ogen. Ze gaf zichzelf twee tellen om haar gedachten te ordenen.
“De tent houdt het wel,” zei Hwang, “maar ik had niet gedacht dat het zo extreem zou zijn.”
Een knal, die klonk als een ontsnapping van gas uit een zeegrot, klonk vlakbij.
Op Sia’s linkeroogdisplay stond dat het in lokale tijd bijna ochtend was. Het was vijf uur standaardtijd.
“Wel, toch drie uur geslapen. Niet zo slecht,” zei ze.
“Je hebt geluk,” grimaste hij, “ik heb geen oog dichtgedaan. Het was een prestatie dat je niet eerder bent wakker geworden.”
Hij wreef over zijn kin. Een nieuw gerommel trok over het dak van de tent.
“Dodelijk voor elke nederzetting in open lucht,” zei hij, “Ananke is dan wel een noodzaak voor de mensheid, maar geen echt prettige.”
“Liever dit dan Titan,” vond Sia, “je voelt je er alsof je rondzwemt in soep.”
Hwang lachte vermoeid.
“IJskoude soep,” voegde hij er aan toe.
Op Sia’s rechteroogdisplay waren als vanzelf haar nota’s gekomen van gisterenavond. Ze hadden er niet veel meer over gesproken nadat ze terug de basis uit waren begeleid door Catherine Crowley, ook al omdat ze dacht dat ze afgeluisterd werden. Op dat vlak was de tent veiliger, zeker nu het stormde.
“Wat denk jij?” vroeg ze aan Hwang. Hij wist waar ze op doelde.
“Een erg gespannen groep. Als het waar is, wat ze zeggen, begrijp ik ook waarom.”
“Ik vind het alleen raar dat ze in die twee jaar nog geen beslissing genomen hebben over wat ze met dat apparaat gaan doen – als het al echt werkt.”
“Wat zou je zelf doen?” vroeg Hwang.
“Hm.”
Zijn mondhoeken trokken naar beneden terwijl hij nadacht. Door de lichtinval zag hij er weer uit als een misdadiger.
“Een technologische singulariteit... Eeuwig leven... Virtueel alles kunnen doen wat je wil. Dat vooruitzicht is niet mis. Zeker als je hier met zeven mensen praktisch gezien voor altijd gaat zitten. Ik heb, omdat ik toch niet kon slapen, hun notities en dossiers doorgenomen. Het zou me op dit punt verwonderen als ze liegen.”
“Goed, wat kan je me erover vertellen?” vroeg Sia. Ze rolde uit haar slaapzak en kleedde zich aan.
“Volgens hun onderzoekingen komt het apparaat van een beschaving bij een ster uit de Scutum-Crux-arm van de Melkweg en beschouwen ze het zelf als een geschenk. Het ding is gemaakt om miljarden jaren mee te gaan en kan zelfs nova’s doorstaan. Het lost in één klap alle energie-, gezondheids- en geldproblemen op. Alles wat erin wordt getrokken, kan desgewenst zijn eigen universum creëren.”
Hij zweeg even.
“Er zijn ook pagina’s speculaties. Bijvoorbeeld wat als we eigenlijk zelf al in zo’n singulariteit leven maar het niet weten. Of hoe dit een antwoord biedt waarom we nooit Kardasjev II-beschavingen ontdekt hebben, de oplossing van de Paradox van Fermi, en zo verder.”
“Uh huh.”
Een nieuw, diep geluid raasde langs de wanden van de tent.
“Het wordt interessant wanneer de nota’s melding beginnen maken van meningsverschillen binnen de groep. Als ik het goed versta, zijn er nu twee kampen.”
“Eén kamp wil het ding openbaar maken, het andere kamp niet?”
“Precies,” zei Hwang, “Eén persoon heeft haar mening altijd voor zichzelf gehouden.”
“Nathalie Pohl.”
“Ja. Daarom leidt zij nu de missie in alles behalve naam. Het kamp dat pleit voor openbaarheid bestaat uit Dan, Ilona, en Ma Jing.”
De Chinees Ma Jing en de Russische Ilona Gradenko hadden tijdens de eerste kennismaking niets gezegd. Nu was ook de relatieve stilte van Dan Loeber duidelijker.
“Tegen zijn Ignacio, Giada en Catherine. Volgens mijn analyse hebben de laatsten mentaal het overwicht binnen de groep, maar is de numerieke weerstand van de anderen hoog genoeg om de status quo in stand te houden. Beide groepen geloven dat onze komst de zaken zal doen veranderen, maar ze weten ook dat we verplicht zijn de ontdekking te melden aan onze oversten.”
Sia’s donkere ogen werden nog donkerder.
“Objectief gezien is het tegen-kamp onze tegenstander. Zij hebben nu het meeste te verliezen.”
“Ze hebben ons wel allemaal netjes de data gegeven,” merkte Hwang op.
Het enige geluid kwam enkele tellen lang van de voorbijrazende magmastorm.
“En godverdomme wat heb ik zin in een glas whisky,” zei hij toen, waarbij hij met een vingerbeweging zijn oogdisplays afzette, en daarna over zijn gezicht wreef.
Sia pakte een in doeken gewikkeld pakje uit haar tas en gooide het naar Hwang. Hij ving het instinctief op en rolde het doek eraf. Hij grijnsde toen hij de fles Glenlivich tevoorschijn haalde en tegen het licht hield als een trofee.
“Dat noem ik collegialiteit,” zei hij.
“Er staan glazen in het compartiment achter je.”

De volgende dag hing er nog steeds een zwavelgeur in de lucht. Communicatie met de A2 was moeilijk maar de bestanden hadden hun weg gevonden tot bij Gustav. Ook het desoriënterende gevoel na de koudslaap en de aankomst op de net-niet-Aardse omstandigheden van Ananke, was aan het wegebben.
Sia nipte van een beker water met de nodige voorzichtigheid. Ze wist dat alle kolonisten, waar dan ook in het zonnestelsel (en daarbuiten), met water zeer zuinig omsprongen. Water naar binnen kappen alsof het goedkope frisdrank was, laat staan er mee morsen, werd nooit goed onthaald.
Tegenover Sia zat Nathalie Pohl. Ze werden gescheiden door een nette schrijftafel.
“Beschrijf even uw eigen positie in de groep,” opende Sia de ondervraging. Hwang was meegegaan met Ignacio naar het buitenaardse object, via de extra deur, door de geheime tunnel. Dat was aanzienlijk interessanter, maar Sia focuste zich op de taak die ze nu had. Bovendien, al was ze niet iemand die snel bewogen was door medeleven, wist ze ook dat Hwang nauwelijks geslapen had en zich de hele helse nacht lang nuttig had gemaakt door alle informatie al te sorteren en te analyseren.
“Ik ben psycholoog,” zei Nathalie, waarop ze knipperde met haar grote, groene ogen, alsof ze daar nog nooit eerder bij stilgestaan had.
“Dat weet ik ook. Ik bedoel, hoe verhoudt u zich tot de anderen.”
“Juist,” zei ze. De glans in haar ogen bekoelde weer.
“Je zou kunnen stellen,” zei Pohl, zorgvuldig articulerend om haar accent te verbergen, “dat mensen naar mij toe komen voor praktisch advies, of op moeilijke momenten. Toen de discussies omtrent het ding – excuseer, het Vesch, zoals we het liever noemen – uitbraken, werd al snel duidelijk dat meneer Loeber niet meer geschikt was om als neutraal leidersfiguur op te treden. Omdat ikzelf het minste van iedereen te maken had met het onderzoek dat op Ananke moet gevoerd worden en dus ook het minste wist over het Vesch, werd ik vrij snel de tussenpersoon tussen de facties die zich aan het vormen waren. Het was en is nog steeds mijn taak om iedereen samen te houden.”
Sia zweeg enkele ogenblikken en vouwde haar handen in elkaar in haar schoot.
“Hebt u een mening over het Vesch, en zo ja, als u dan toch de macht heeft om de hele kolonie één richting uit te doen kantelen, waarom heeft u die macht twee jaar lang onbenut gelaten?”
Nathalie fronste. Er verscheen een diepe groef in haar voorhoofd.
“Ik heb geen mening. Ik begrijp alle kanten van het verhaal, maar ik kies geen kant. De stabiliteit van de kolonie ging voorop.”
“Is het dan nooit in u opgekomen om het contact met de VN terug op te nemen?”
“Dat zou de stabiliteit verstoord hebben.”
Ze dronk zelf.
“U wist anders wel dat onze komst niet kon uitblijven. Verwacht u dan dat de VN zal beslissen? Dat zou tegen de wens zijn van één factie, die niet wil dat het bestaan van het Vesch bekend raakt.”
“Zij hopen u en uw collega te kunnen overtuigen.”
“En als dat niet lukt?”
Opnieuw die knippering met haar ogen.
“Suggereert u nu dat ze geweld zouden gebruiken?”
Sia kraakte haar vingers in één beweging.
“Natuurlijk suggereer ik dat. U acht hen daar niet toe in staat? Bovendien hebben we een piloot die op ons wacht in een baan rond de wereld.”
“Hm. De factie van Giada Catanzano, waar we het nu over hebben, weet ook hoe ze het Vesch moet activeren. Dan wordt zijn eigen bestaan uitgewist, en zijn we allemaal weg. U moet begrijpen dat zijn vinden dat –“
“Ho. Wacht daar,” zei Sia, “is dat een dreigement dat ze al uitgesproken hebben?”
“Het is de realiteit.”
“Maar hebben ze dit letterlijk zo gezegd?”
Nathalie knikte. Sia keek naar het plafond en dacht na. Ze verstond nu dat de kolonisten eigenlijk allemaal bereid te waren in de singulariteit te stappen. Alleen vond één factie dat dit niet kon ontzegd worden aan mensen van het zonnestelsel thuis die dat ook wilden.
“Als het Vesch geactiveerd wordt, hoe lang duurt de... procedure tot dat iedereen hier weg is?”
“Dat weten we niet zeker. Onze berekeningen variëren van één tot vier standaarddagen.”
“Hoe ver reikt de actieradius?”
“U denkt aan uw piloot?”
Sia zei niets.
“Het bereik gaat volgens Ignacio tot net aan de exosfeer van Ananke. Uw piloot zou ongedeerd blijven.”

Verder naar deel V.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten