Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling kortverhalen daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Ik ben tijdelijk gestopt met kortverhalen, maar in 2016 heb ik een geredigeerde bundel van de beste verhalen uitgebracht: 'Recombinant' is gratis te downloaden in PDF- en in EPUB-formaat.

donderdag 27 oktober 2016

Ananke (VIII)

De hel van Eden (Sol 4)

Toen Sia terug in de tent was, viel haar oog onmiddellijk op één van de verklikdisplays die ze samen met Hwang geïnstalleerd had. Eén van de exoscooters van de hangar achterin de basis was weg, en dat klopte niet.
Hwang?
Wat is er? kwam het antwoord vrijwel onmiddellijk terug.
Eén van hun exoscooters is weg. Ze hadden vandaag geen exomissies.
Nathalie en Ignacio zijn nog steeds bij mij.
Sia zette de verbinding op laagband en activeerde haar linkeroogdisplay. Gelukkig moest ze alleen opnieuw haar helm vastklikken, terwijl ze zocht naar haar wapen.
“Godverdomme,” mompelde ze tegen zichzelf.

Sia rende het complex binnen. Toen ze de keuken in marcheerde, na drie lege kamers gevonden te hebben, trof ze een verraste Ma-Jing Rui aan.
“Wat is er?” vroeg hij. Hij zat te lezen.
“Wie heeft één van jullie exoscooters genomen?”
Hij stond onmiddellijk op.
“Nathalie en Ignacio zijn bij je collega. Iemand heeft er één genomen zonder toestemming.”
Sia draaide zich net op tijd om om niet omver gelopen te worden door het massieve lichaam van Dan Loeber. Hij had zijn tuinoverall nog aan.
“Er is een exoscooter weg,” zei hij. Zijn anders bedaarde Texaanse gezicht stond wild.
“Ik weet het,” zei Sia.
Ze baande zich een weg langs Dan en rende onvast, door die vervelende g-kracht van Ananke, naar de leefvertrekken. De deur stond open. Giada zat in een zetel voor een onaangeroerd schaakbord. Dieprood licht gaf de kamer een zonderlinge sfeer.
“Wie heeft een exoscooter genomen?” vroeg Sia, wijdbeens in het deurgat.
“Geen idee,” zei Giada, maar ze had net zo goed “Ik kwam je bezig houden om er voor te zorgen dat je niks zou merken” kunnen zeggen.
De groep rond Giada heeft de scooter genomen.
Hwangs antwoord kwam van dichtbij.
We zijn al terug onderweg naar de basis. Nathalie en Ignacio weten nog niks.
Sia richtte haar wapen op Giada.
“Ik arresteer je voor obstructie van een onderzoek van de Verenigde Naties,” zei ze.
Giada stond op.
“Sla me dan maar in de boeien,” zei de Italiaanse met de onverzettelijkheid van een martelares. Intussen waren ook Ma-Jing en Dan de kamer binnengekomen.
Er kwam van buiten een lichtflits. Sia’s greep om haar wapen verstevigde zich.
Het was Catherine. Ze heeft de A2 opgeblazen.

Sia moest tegen elk instinct vechten in haar lichaam om geen kogel door Giada’s lichaam te jagen. Als een mantra herhaalde ze in haar hoofd flarden van haar training terwijl de Italiaanse haar uitdagend bleef aankijken. De flits van de A2 die opgeblazen was, brandde nog na op Sia’s netvlies, en daarmee ook de enige mogelijkheid dat ze hier ooit zou wegraken.
Intussen was Hwang de kamer binnengekomen. Hij hield Nathalie en Ignacio onder schot en had onderweg Ilona opgepikt, waardoor iedereen in de woonkamer aanwezig was.
“Allemaal naar één kant,” zei Hwang rustig tot de kolonisten. Sia zette enkele passen terug tot ze naast Hwang stond en ze keken elkaar aan. Ze kon zien dat hij precies hetzelfde dacht als haar. Hij draaide zich terug naar de kolonisten, bij wie een heel spectrum aan gevoelens te zien was. Nathalie was sfinxachtig als altijd, Dan zag er geschokt uit, Ignacio had een mengeling van vrees en trots, en de rest zat daar ergens tussenin.
“Krachtens de autoriteit die in ons is geïnvesteerd als speciale agenten van de Verenigde Naties, staat iedereen van de kolonie Ananke A op de wereld Ananke onder arrest,” zei Hwang tot de kolonisten, “De zelfmoordaanval van Catherine Crowley op het tweede interstellaire bemande schip van de mensheid en de dood van onze piloot, Gustav Jensen, is een bijzonder zwaar vergrijp.”
Sia voelde haar hand in een kramp staan om de greep van haar wapen.
“Maar het verandert niets aan de feiten,” zei Giada, die haar medestanders om haar heen verzameld had, “De mensheid zal geen kennis maken met het Vesch.”
“Ik denk niet dat ik jou toestemming heb gegeven om te spreken,” zei Hwang voor Sia iets kon zeggen. Giada glimlachte maar zweeg.
“Giada, kom hier,” zei Sia. Ze maakte zich los van de groep. Voor er iemand anders iets kon zeggen of doen, sloeg Sia Giada neer met een klap van haar wapen. Haar kaakbeen kraakte en ze zakte onmiddellijk in elkaar op de grond.
“Als we ons niet meer gaan houden aan gelijk welke regel – wat jullie goed recht is om te proberen – dan zullen de gevolgen er ook naar zijn,” zei Sia, die over Giada’s lichaam stapte en langs de andere kolonisten heen liep. De angst had het nu gewonnen van de verdeeldheid. Het bloedrode licht in de kamer was bijna indigo geworden.
Wat nu?
Sia reageerde niet op Hwangs mentale stem.
“Werkt de algemene zender nog zodat we contact kunnen opnemen met Aarde?”
Het bleef stil.
“Antwoord!”
“Hij is permanent beschadigd geraakt,” zei Ignacio toen.
Sia trok een gezicht.
“Hoe lang duurt het om een nieuwe te maken?”
“Daarvoor hebben we niet het juiste materiaal,” zei Nathalie Pohl. De informele leidster van de kolonie was nu zelf uit de groep naar voren gestapt. Ze keek beurtelings van Sia naar Hwang.
“Ik zou jullie met respect willen vragen om niet verder mijn mensen te verwonden,” zei ze, “Ik besef de ernst van de situatie, maar geweld brengt ons nergens.”
“Ga jij dat uitleggen aan Gustav?” vroeg Hwang.
“Nathalie, het is nu niet het moment om te onderhandelen. Dat is noch je positie, noch je plaats. Je hebt gefaald als leider,” zei Sia, die haar woede gradueel voelde wegebben en in de plaats daarvan een misselijkmakende wanhoop in haar voelde opwellen, “Ga terug bij de anderen staan.”
Nathalie sloot haar ogen even.
“Wacht,” zei ze, “Laat me even, alsjeblieft.”
Terwijl Hwang de rest van de groep onder schot hield, kwam Sia vlak voor Nathalie staan.
“Maak het kort. Wat wil je?”
“Ik was niet op de hoogte van de plannen van Giada en Catherine,” zei Nathalie, die haar ogen weer geopend had en Sia vol aankeek, “En ik neem het falen van Ananke A volledig op mij. Wat zij gedaan hebben, valt niet goed te praten. Maar maak daar de anderen niet het slachtoffer van, alsjeblieft.”
In weerwil van zichzelf, alsof het een zeeziekte was, voelde Sia medelijden.
“Er zal verder niemand gewond raken als iedereen zich gedraagt.”
Wat nu? vroeg Hwang opnieuw. Ze draaide zich om en keek hem aan.
We nemen dat vervloekte Vesch in beslag en wachten vier jaar tot ze ons komen halen.
Hwang knikte.
“Nathalie,” zei Hwang, “kom mee met mij.”
Gedwee volgde de psychologe Hwang naar buiten.
“Gaan jullie het Vesch in beslag nemen?” vroeg Ma-Jing. De Chinees keek alsof hij hard probeerde mee te denken met de agenten. Sia knikte kort en ging in een stoel zitten, nog steeds met haar wapen in de aanslag.
“Het Vesch in de grot is niet het echte ding,” zei Ignacio toen duister.
“Hoezo?”
Ook bij de anderen ontstond consternatie. Ignacio haalde een kleine kubus uit zijn zak. Sia stond op uit haar stoel. Het indigo licht in de kamer leek intenser te worden.
“Geef dat hier.”
Ignacio schudde zijn hoofd. Een windstoot gierde door de basis.
“Dat zal niet gaan. Ik heb het zonet geactiveerd.”
Sia opende haar mond om iets te zeggen, maar haar adem stokte. De kamer verkleurde nog een tint donkerder. Het lawaai van de kolonisten werd één aangehouden muzieknoot, en ze verwerden tot zwarte pilaren, met in het midden Ignacio.
Het dakvenster brak open en de muren zakten in de grond. Een stofwolk waarin elk partikel apart zichtbaar was in een miljoenvoudige reflectie, onttrok de werkelijkheid aan het zicht. Sia ging door haar knieën net als Giada daarnet, en voelde, terwijl haar ogen naar boven rolden, hoe ze begon aan een oneindig diepe val – en er was een deel van haar dat dat niet eens zo erg vond.

Alles om Sia heen proefde naar regen. Ze zat neer tegen een boom, en nam gradueel haar omgeving in zich op. Ze bevond zich in een wild grasveld zoals ze er gezien had in Wales, met heuvels die tot in de oneindigheid leken verder te rollen, hier en daar enkele bomen, veel bloemen, en het geruis van de wind door takken. In de verte waren er zelfs dierengeluiden te horen.
“Sia?”
Sia stond op en draaide zich om. Aan de andere kant van de boom zat Hwang. Hij keek naar haar op. Het was nu pas dat ze ook besefte, door hem te zien, dat ze allebei naakt waren.
“Iemand heeft het Vesch geactiveerd, is het niet?” vroeg Hwang. Hij zag er niet langer ongeschoren en gespannen uit, en leek meer alsof hij er net een verkwikkende slaap had opzitten. Sia zei niets en keek verder over de horizon.
“Godverdomme,” zei Hwang, en hij liet zijn hoofd zakken, “De rotzakken.”
Sia zette een paar passen verder, van onder de schaduw van de boom. Er was geen wolk aan de hemel. Haar implantaten en oogdisplays waren verdwenen.
“Zouden de anderen hier ook zijn?” vroeg Hwang zich luidop af.
Sia sloeg een vorm gade in de verte, onder een andere boom. Ze ging op haar hurken zitten.
“Het is een leeuw,” mompelde ze, meer tegen zichzelf dan tegen Hwang, “verdomme.”
Hwang was nu zelf opgestaan.
“Wat zie je?” vroeg hij. Sia wees de vormen aan onder de boom verderop.
“Een leeuw,” herhaalde hij, “Hij is niet alleen.”
Naast de leeuw zat een schaap. Het gevoel van duizelingwekkende wanhoop dat ze zoëven gevoeld had, was weer helemaal terug.
“Weet je wat dit betekent?” vroeg Sia, opkijkend naar Hwang.
“Wat?” vroeg hij zwak.
“Het Vesch, wat het ook is, wil ons doen geloven, of heeft ons geplaatst, in de Tuin van Eden.”
Hij lachte eerst, maar zweeg abrupt.
“Het kan erger, maar...”
Hij maakte ook zijn zin niet af. Sia stond op. De leeuw en het lam lagen nog steeds broederlijk naast elkaar. De warmte zorgde ervoor dat het gras een goudachtige gloed afgaf, en de wind koelde haar gezicht af. Ze sloot haar ogen en strekte haar armen uit.
“We raken hier nooit meer uit, Hwang,” zei ze, “Ignacio heeft een technologische singulariteit geactiveerd. Elke mens op Ananke is er in meegezogen.”
Hwang keek om zich heen.
“Een volgende expeditie zal...”
Maar ook die zin maakte hij niet af. Sia raapte een steen op.
“Hwang, ik heb geen zin om hier Adam en Eva te spelen,” zei ze. Hij vloekte in het Koreaans.
“Wat stel je dan voor?”
Ze toonde hem de steen.
“Ofwel vinden we zelf uit wat de dood hier voorstelt, ofwel maak ik het je makkelijker.”
Verschillende emoties worstelden zich een weg naar zijn gezicht.
“Ho daar. We kunnen... dit is toch niet... De anderen kunnen hier ook zijn.”
Sia had sterk het gevoel dat dat niet het geval was en Hwang klonk eveneens niet overtuigd van zijn eigen woorden.
“Het is dat, of er komt een punt waarop –”
Hij stapte naar achter.
“Laat me gaan,” zei hij. Sia telde inwendig tot drie en mikte de steen naar Hwangs gezicht. Hij ging neer. Ze sprong bovenop hem, raapte de steen op en bleef op hem in kloppen tot ze zeker wist dat hij dood was. Bevend, met tranen en zweet die langs haar bloederige lichaam naar beneden rolden, stond ze toen op.

Tegen dat de volgende ochtend aangebroken was, hing Sia Pierce uitgerokken, met een rood gezicht en een bleek lichaam, aan een tak zacht te schommelen op het ritme van een zuiderwind.

Ananke (VII)

Uit de hand (Sol 4)

Hwang en Sia hadden nu elk met alle kolonisten op één na gesproken. Daarnet was ze langs geweest bij Giada en toen bij Ilona. Hwang zat momenteel bij Catherine en Sia ondervroeg Ignacio, de Braziliaanse fysicus. Ze zaten op zijn kamer, een duister oord dat slechts opgelicht werd door drie displays die permanent berekeningen toonden. Ignacio Da Silva was samen met Giada Catanzano het jongste lid van de kolonisten en had de laagste rang. Niet dat dat veel betekende in de context van Ananke, want zelfs de laagst gerangschikte kolonist beschikte over een indrukwekkende waslijst aan diploma’s en verwezenlijkingen in de ruimtevaart.
Zoals Hwang voorspeld had, zat Ignacio’s hand vastgelijmd om een dampende mok koffie.
“Weet je dat we hier onze eigen koffiebonen verbouwen?” vroeg Ignacio toen hij zag dat Sia keek naar zijn mok. Hij had gemoedelijke muziek opgezet.
“Dat wist ik. Ik heb vernomen dat jij het merendeel van de koffieconsumptie voor je rekening neemt,” zei Sia. Ignacio lachte kort.
“Dat is juist. Ik ben dan ook de lokale koffieboer.”
“Goed. Licht je positie eens toe, Ignacio.”
“Zoals je weet ben ik voorstander van het Vesch hier te houden en te activeren zonder dat de rest van de mensheid het weet.”
“Geloof je ook dat de VN wist dat het Vesch bestond?”
“Dat weet ik niet. Het zou kunnen. Hebben ze er iets over gezegd tegen jullie?”
“Ik stel hier de vragen, Ignacio.”
“Vast niet, dan,” concludeerde hij, “dus als de VN het al wist, dan weet bijna niemand het. Dat is niet zo erg. Maar het is wel een interessante denkpiste. Wat als de VN gehoopt had dat we het zouden activeren? Op basis van onze psychologische profielen moeten ze geweten hebben hoe we zouden reageren op bewijs van buitenaards intelligent leven.”
“Dat valt niet echt te voorspellen,” zei Sia, die zich de cursussen over Drake, Fermi, Kardaschev en Singh herinnerde, “Je weet net als ik dat het een buitencontextueel probleem is.”
Ignacio trok zijn wenkbrauwen op en nam een slok koffie.
“En toch,” zei hij.
“En toch wat?”
“Als de reactie van zeven kolonisten onvoorspelbaar is, hoe zou Aarde reageren?”
“Dat is niet aan jou om over te beslissen of om iets over te anticiperen. De procedures –”
“De procedures zijn duidelijk,” zei Ignacio, “Ik weet het. Ik herhaal enkel mijn standpunt, dat je vast ook al gehoord hebt van Catherine en van Giada.”
Giada was daar bijzonder strijdbaar over geweest. Ignacio leek eerder gelaten.
“Ja en je bewijst jezelf er geen dienst mee door je weerspannig te blijven opstellen.”
“De missie veranderde van inhoud toen Dan terugtrad als leider.”
“Om erger te voorkomen,” zei Sia.
Ignacio haalde zijn schouders op en nam nog een slok koffie.
“Als je het zo wil bekijken.”
“Terug naar mijn eerdere vraag. Waarom wil je het Vesch hier houden?”
De Braziliaan glimlachte mysterieus.
“Je collega heeft ook al zitten spitten om het uit mij te krijgen.”
“Ik spit niet, ik stel een vraag.”
“De meeste collega’s hier denken dat ik dingen over het Vesch weet die zij niet weten, buiten Giada. Die weet alles. Maar in werkelijkheid weet ik niet zoveel meer dan zij. Ik ken de nanokervingen en de patronen van de koolstoftubes beter dan de rest en ik denk dat ik ook een iets scherper idee heb over wat zo’n singulariteit kan doen met ons, maar dat is het dan ook. Nee, wat ze niet weten gaat over mezelf.”
Hij liet een beladen stilte hangen. Sia keek hem slechts aan. Hij nam op z’n gemak nog een slok koffie en hoestte.
“Het is binnenkort allemaal voorbij, niet?” zei hij toen, “Het was van meet af aan vruchteloos om jullie aan onze kant te krijgen. Giada is een prachtvrouw, maar zo idealistisch.”
Ze had Sia met passie proberen te overtuigen waarom het Vesch hier moest blijven. De mensheid was er niet klaar voor, het zou misbruikt worden, het was beter om het Vesch te gebruiken voor een select aantal mensen die er – wie weet! – iets nuttigs mee zouden kunnen doen. Het had niet gebaat. Giada was weerspannig geworden en Sia had Hwang een verklikker laten hangen rond Nathalie in het geval Giada in een wanhoopspoging zou proberen om de codes te ontfutselen en het Vesch zes kliks verderop te activeren.
“Sommige mensen geloven van zichzelf dat ze diep vanbinnen de geest hebben van een dier, wist je dat?” vroeg Ignacio.
Sia knikte.
“Voor sommige mensen is het deel van hun identiteit. Al heel m’n leven wil ik zo ver mogelijk weg van waar ik vandaan kom in de hoop om iets terug te kunnen vinden van wat ik voel. Weg van Aarde, weg van de mensheid. Maar altijd is die onbeantwoorde echo blijven bestaan en in elke nieuwe omstandigheid, hoe buitenissig ook, ben ik nog altijd vastgeklonken aan een al bij al vrij beperkt mensbeeld.”
“Wat voor dier geloof je te zijn?”
Hij glimlachte.
“Doet het ertoe of het een specht is of een havik? Het is niet alsof je me meer zou geloven.”
“Ik vind het op z’n minst opmerkelijk dat een astro-ingenieur zoiets gelooft.”
“In iets geloven is opmerkelijk,” gaf hij toe, “maar het is ook deel van wat we zijn. Dan gelooft ook heilig zijn zijn menselijke plicht om kennis te delen en Nathalie gelooft in haar neutraliteit. Of dat allemaal waarheid is of niet, doet er niet eens toe. Het feit is dat het Vesch mij, meer dan de rest, misschien totaal zou kunnen bevrijden. Geloof me maar dat ik bij mijn onderzoek vaak gedacht heb om Nathalie, die er altijd bij aanwezig is ter controle, dood te slaan en het ding zelf te activeren.”
“Waarom heb je dat nooit gedaan?”
“Kennelijk omdat ik toch mijn ethiek laat zegevieren boven mijn verlangen. Of omdat ik er te laf voor was.”

“Ik kan niets voor je doen, Giada,” zei Sia. De drie zonnen van Ananke hingen laag aan de karteling van de bergen, verderop, wat de namiddag een zeldzaam rode gloed gaf. Giada Catanzano’s mooie, maar diep liggende, donkere ogen leken zich nog verder in haar gezicht terug te trekken.
“Dus het wordt een arrestatie,” zei ze. Ze stak haar kaak licht vooruit.
Beide vrouwen stonden in de ingang van de tent van Sia en Hwang. Sia had haar buitenpak aan, Giada zelf had alleen een voorbindmasker aan en voor de rest een werkoverall. De atmosfeer van Ananke was natuurlijk volkomen adembaar voor mensen, maar veiligheidsvoorschriften stonden er toch op dat de kolonisten buitenpakken droegen. Het ergerde Sia dat Giada ook dat met de voeten trad.
Hwang was samen met Nathalie en Ignacio nogmaals naar het Vesch gegaan, maar dat was meer om tijd te rekken dan wat anders. Tegen de avond verwachtten beide agenten tot een definitieve conclusie gekomen te zijn, maar ze dachten er sterk over om Gustav met de A2 weg te sturen en dat risico te nemen.
“We kiezen er zelf wel voor wanneer we wat aankondigen.”
“Het lag al vast vanaf het moment dat jullie hier aankwamen. Als jullie je politionele taken uitvoeren, betekent dat dat de operatie hier opgedoekt wordt en dat het Vesch mee terug gaat naar Aarde,” zei Giada, “Alleen als jullie ook van jullie regels afwijken, kunnen we voorkomen dat de mensheid ten onder gaat.”
Sia zuchtte.
“Je hebt gezegd wat je dacht tijdens je ondervraging. Tenzij je daar nog iets aan wil toevoegen, is er niks dat ik kan doen, en je moet het ook niet proberen. Meer nog, als je blijft aandringen, kan ik je arresteren omdat je de loop van het onderzoek verhindert.”
Giada lachte achter haar mondmasker. Het was geen vrolijke lach.
“Misschien vind ik dat wel de moeite waard. Snap je het niet?”
De Italiaanse schudde haar hoofd. Ze keek achterom, naar de basis met haar koepels en beschermende stoflaag, en fixeerde toen weer Sia met haar panterblik.
“Als het Vesch er al in slaagt een kolonie van amper negen mensen te destabiliseren, wat verwacht je dan dat het gaat doen met Aarde? Dit is geen uitvinding die we zelf gemaakt hebben. Het is geen wiel, geen stoommachine of geen Alcubierre-aandrijving. Het is het einde van alles waar we zeker van waren. Het Vesch moet op Ananke blijven en nergens anders.”
Sia vouwde haar armen over haar borst.
“Ben je werkelijk zo arrogant te denken dat andere wetenschappers er niet mee zouden kunnen omgaan? Of dat er plots woeste menigtes op straat gaan komen?”
“Ik ben oud genoeg om me te herinneren dat de eerste Alcubierre-aandrijving een aantal levens gekost heeft in de straten van Washington en Karachi,” schampte Giada.
“Fundamentalisten vinden altijd wel een reden uit om ergens boos over te zijn.”
In weerwil van zichzelf was Sia nu ook beginnen argumenteren, en het ergerde haar dat Giada daar genoegen aan leek te beleven. Ze konden hier geen dag langer blijven, of ze waren onvermijdelijk deel van de politiek.
“Dat wil niet zeggen dat we daarom een lading versie olie over dat vuur moeten gieten. Dan nog: is Aarde beter af met de wetenschap dat het Vesch bestaat?”
Sia sloeg met haar gehandschoende hand op de deurpost van de tentsluis.
“Giada, ik blijf het niet herhalen. Dat soort kwesties lossen wij niet op. Dit valt buiten mijn bevoegdheden, en zeker ook buiten die van jou.”
“Ja? Het Ding is niet eens van menselijke oorsprong. Welke wetten regelen dat allemaal?”
“Daar zijn regels voor in het Handvest, en dat weet je zelf ook.”
Giada snoof. Haar ogen flikkerden.
“Het Handvest, prachtig ding, geschreven door bureaucraten die nooit verder dan de Maan geweest zijn. Wij zijn het begin van een nieuwe tak van de mensheid zelf. Het Handvest was al verouderd toen het uitkwam, en had helemaal geen idee dat we ooit iets als het Vesch zouden vinden. De geest en de letter van die wet zijn richtlijnen, geen ijzeren wetten.”
Sia hervond haar kalmte.
“Je hebt ongelijk. Ga terug naar de basis.”
Giada zette een stap achteruit en knikte traag.
Sia bleef staan met gevouwen armen tot Giada terug het wooncomplex binnen was. Een warme bries deed stof dwarrelen over de rotsen.

Verder naar deel VIII.

Ananke (VI)

Pandora (Sol 3)

Ma Jing Rui was het oudste lid van de expeditie naar Ananke. De Chinese terraformatie-expert had er bijna een heel leven in de ruimte op zitten, eerst een decennium op de Maan, dan een decennium Mars en nadien enkele onderbroken verblijven op de Joviaanse manen en een verkennende expeditie naar Ceres en het Pluto-Charon-stelsel. Hij had kort grijs haar en vele lijnen onder zijn ogen. Zijn glimlach was als van kwikzilver. Hij stond te boek als een stugge werker die nooit een blad voor de mond nam. Dat deed hij ook nu niet, terwijl hij met Sia langs een dal wandelde waar hij zijn kassen met mineraalplantjes had opgesteld. Zijn kassen liepen honderden meters door voorbij de basis.
“Bent u een lezer, majoor Pierce?” vroeg hij.
“Literatuur boeit me niet zo. Waarom vraag je dat?”
“Politiemensen zijn over het algemeen geen lezers,” zei hij, “maar ik heb er veel aan. Boeken zijn een gezelschap dat zelden gaat vervelen. Heeft u ooit gehoord over De afgezant?”
“Nee.”
“Het is een kortverhaal dat zich afspeelt op een ruimtestation in een baan rond Aarde tijdens de periode van de Grote Problemen. Iedereen op Aarde is dood na een globale thermonucleaire oorlog en de zeven astronauten in het station zijn de laatste mensen. De gezagvoerder beweert dat hij contact heeft gemaakt met een buitenaardse intelligentie en heeft zich opgesloten in zijn cabine. De rest van de bemanning weet niet of hij gek geworden is of dat het waar is wat hij zegt.”
De stem van Ma Jing klonk monotoon in Sia’s oorplaatjes van haar helm.
“Ter zake, Ma Jing,” gebood ze hem. Hij leek te gnuiven.
“Dit is ter zake, majoor Pierce,” zei hij, “Het punt is dat de andere zes moeten omgaan met fundamentele onzekerheid. Net zoals wij met het Vesch.”
“Hoe loopt het verhaal af?”
“Onbeslist. Hun gezagvoerder blijkt al twee weken van boord verdwenen. Niemand weet of hij door een sluis gegaan is of dat zijn buitenaardse vrienden hem zijn komen halen.”
Sia liet haar ogen langs de eindeloze rijen kassen glijden, het mogelijke begin van een nieuw bioom dat vreemd was aan de oorspronkelijke biosfeer van Ananke. Lachesis stond hoog aan de hemel maar haar licht was zacht. Clotho ging onder. Atropos was nergens te zien.
“Wij hebben hier ook elk een keuze gemaakt met die fundamentele onzekerheid,” vertelde Ma Jing verder, “De meesten op basis van hun moreel kompas. Ikzelf op basis van kans.”
“Dus je gelooft niet echt dat het Vesch moet bekend gemaakt worden aan de mensheid?”
Zelfs door zijn ruimtepak was zichtbaar dat hij zijn schouders ophaalde terwijl hij even bleef stil staan en één van zijn kassen inspecteerde.
“Nee. Het is niet dat mijn keuze er niet toe doet, maar ze is op even veel gestoeld als de tegengestelde keuze.”
“Waarom heb je dan niet gekozen om de doorslag te geven en over te lopen naar het andere kamp?”
“Een willekeurige keuze betekent niet dat ik zomaar van keuze ga veranderen. Het leven zelf werkt ook niet zo. Kijk naar deze mineraalplantjes. Binnen drie eeuwen zijn die misschien een heel andere richting uit gegroeid of hebben ze voedingsstoffen onttrokken van de bodem van Ananke die we nu nog niet kunnen voorspellen, zoals we ook niet hadden kunnen weten dat we wormen gingen hyper-evolueren die zich voedden met regoliet op de Maan. Die keuzes waren allemaal willekeurige oorzaak-en-gevolg-kettingen, maar onomkeerbaar.”
“Jij bent geen plant of geen worm, Ma Jing. Je maakt keuzes. Een plant niet.”
“O, vrije wil. Dat, ja.”
Hij gnuifde opnieuw en ze wandelden verder. De basis was een blokkendoosje geworden in de verte, in hun ruggen. Sia besloot het over een andere boeg te gooien.
“Waarom zijn jij, Dan en Ilona nooit in opstand gekomen tegen de anderen? Ilona heeft militaire training. De anderen overmeesteren zou niet zo moeilijk geweest zijn.”
“En het begin van de eerste extrasolaire kolonie drenken in bloed? Omwille van wat? Een artefact waarvan we niet eens echt zeker zijn wat het doet?”
“Wat als de anderen jou bedreigd hadden?”
“Wat als?”
Ma Jing leek geamuseerd door die vraag.
“Ik maak geen grap, Ma Jing,” zei Sia streng.
“O, ik weet het. Ondanks alles hebben we hier enkel elkaar. Kolonisten worden door de Verenigde Naties niet uitgekozen voor hun moordlust of hun onvermogen tot samenwerken.”
Niet dat hen dat in verleden al tegenhield, dacht Sia.
“Jullie hoopten gewoon dat de VN het voor jullie zou komen oplossen. Is het dat?”
“Natuurlijk,” zei Ma Jing.

Hwang en Sia hadden beslist dat ze morgen een definitef besluit zouden vormen. De kolonisten zaten muurvast in hun eigen versies van het verhaal, met als centrale, starre as Nathalie Pohl.
“Zij is eigenlijk het grootste obstakel. Initieel vond ik dat het goed was dat er iemand op Ananke een middenpositie kon innemen, maar zonder haar was het zo geen uitzichtloze patstelling geworden. Dan wist ofwel iedereen op Aarde wat het Vesch was en hadden andere wetenschappers er zich over kunnen buigen, misschien ver weg van ons zonnestelsel, ofwel was de hele kolonie samen met het Vesch in rook opgegaan,” analyseerde Hwang tijdens het avondeten.
“Dat is niet gezegd. Niemand weet of er al singulariteiten in het Vesch aanwezig zijn,” zei Sia.
Hwang nam een hap eten. Ze zaten in kleermakerszit tegenover elkaar. Buiten was het rustig.
“Ignacio denkt van niet,” zei Hwang. Ignacio Dos Santos was de onderzoeker die het meeste wist over het Vesch. Hwang had hem al gesproken maar Sia nog niet.
“Ik zie Ignacio straks nog voor de koffie,” zei ze.
“Dos Santos drinkt koffie alsof hij er een infuus van nodig heeft,” grimaste Hwang, “En er is iets raars aan die vent. Raarder dan bij andere ruimtekolonisten.”
“Hoezo?”
Sia at zelf een hap.
“Hij verbergt iets maar ik weet niet wat het is.”
“Heeft het belang voor onze missie, volgens jou?”
“Mogelijk,” zei Hwang weifelend, “misschien krijg jij het uit hem. Dan was ook een stuk ontspannener bij jou dan bij mij.”
“Ik zou niet gokken op mijn charmes, Hwang,” zei Sia koud.
“Dat bedoelde ik niet. Je hebt de leeftijd van Dans dochter. Ik heb daarentegen wel mijn fabelachtige charme moeten inzetten tegen Nathalie.”
“Heb je er iets mee bereikt?” vroeg Sia met het begin van een glimlach aan één kant van haar mond. Hwang lachte al kauwend.
“Nee. Ik denk dat ze aseksueel is.”
“Omdat ze niet voor je charmes valt?”
“Omdat elementen in het dossier er op wijzen.”
Sia haalde met een kort mentaal commando Pohls dossier voor haar linker oogdisplay en zocht naar gegevens over vorige relaties. Er stond niets over in.
“Verder weet ik dat Ma Jing en Catherine een korte relatie gehad hebben,” zei Hwang.
Sia sloot het bestand af.
“Die indruk kreeg ik ook al door de manier waarop ze over elkaar spraken. Als we overgaan tot een arrestatie, houden we hen best gescheiden.”
“Je weet nooit dat hun oude liefde oplaait.”
Hwang leunde achterover en rekte zich uit. Hij zette zijn bord op de tentvloer.
“We moeten sowieso op onze hoede zijn,” zei Sia, terwijl ze langs Hwang heen naar een onbestemd punt keek, “het tegenkamp weet dat de kans veel groter is dat zij het pleit zullen verliezen.”
“Er staan verklikkers om de tent heen en Gustav monitort hun communicatie,” zei Hwang gemoedelijk.
Gustav. Op drie dagen tijd was de Zweedse piloot een erwt geworden in Sia’s hoofd, iemand die ze al in jaren niet meer gezien leek te hebben.
Sia maakte de displaywand van de tent doorzichtig. Het licht was dat van wat op Aarde een namiddag zou zijn. De basis lag erbij als een tombe van één of andere mysterieuze farao. Meer dan vier lichtjaar verwijderd van gelijk welke andere dode farao.
Hwang had zijn ogen gesloten en deed zittend een dutje. Sia bleef kijken naar de hemel terwijl ze haar laatste happen eten naar binnen werkte. Vreemde werelden waren altijd vreemder dan de meest gedurfde dromer ze zich had voorgesteld en Ananke was niet anders. De eerste robotverkenners hadden de mensheid een beeld gegeven van Ananke als een mix tussen Mars, Titan en Aarde, een wereld die onmiddellijk vertrouwd overkwam met zijn rotsige landschapen, ondiepe meren en vulkanen. Het was niet de bizarre onderzee-wereld van Europa, niet de kaalheid van de Maan noch de desolate levenloosheid van zo vele andere werelden in het zonnestelsel. De mensheid kon zich voorstellen dat Ananke ooit een tweede thuis kon worden. Mars was prompt een pover substituut geworden. En toen verdwenen de kolonisten van de radar. En toen was het Vesch gekomen.
De kolonisten hadden erover gespeculeerd dat de inscriptie zei dat de Melkweg bezaaid lag met dergelijke objecten, achtergelaten als geschenken door een kosmische Kerstman. Wie weet was er ook één op Aarde aanwezig maar was het nog niet ontdekt of verzwolgen door massa’s aarde en rots. De groep onder leiding van Giada vermoedde dat de VN eigenlijk al wist dat het Vesch bestond – waarom zouden ze anders de basis zo dicht bij de vindplaats hebben willen inplanten? De groep rond Dan had dat ontkend. Als de VN het al had geweten, waarom hadden ze het niet op voorhand gezegd? Sia geloofde ook niet dat de VN op de hoogte was. Dergelijke cruciale informatie aan haar onthouden zou oliedom geweest zijn. Maar zou het de eerste keer zijn dat leiders onbegrijpelijk domme beslissingen maakten?
Ze keek nu naar Hwang, die tevreden dutte. Zijn drinkmok stond naast hem. Voor het eerst las Sia het opschrift: “Het is op elke wereld wel iets.”

Verder naar deel VII.

Ananke (V)

Serre (Sol 2)

"Ik moet inderdaad toegeven dat het licht hier de zaken verandert," zei Sia, terwijl ze naar boven keek door het berasterde dak van de serre, en enkele passen vooruit zette, in de moestuin, "Op andere werelden is er meer een gevoel van tijdloosheid en onwerkelijkheid."
"Ben je al op zo veel werelden geweest, dan?" vroeg Dan Loeber, terwijl hij zorgvuldig, met één korte knijpbeweging per keer, een dosis kunstvoeding over een rij planten sproeide.
"De Maan, Mars, Ganymedes, Enceladus, Titan," antwoordde Sia, "en ook in een baan gezeten rond Triton. Ik had ooit een trip gepland naar Ceres, maar die is er nooit van gekomen."
"Hmm," zei Dan, waarbij zijn wenkbrauwen de hoogte in gingen. Hij bleef echter vol aandacht kijken naar zijn planten.
Sia stond achter hem.
"Dan, ik ga hier even eerlijk met je zijn," zei ze toen, "We gaan deze zaak niet op één-twee-drie kunnen oplossen."
"Dat had ik ook niet gedacht," zei de Amerikaan bedaard. Hij had een koperachtige bariton die niet paste bij zijn anders hangende gezicht, alsof hij liever had gewerkt op een ranch ergens in Texas.
"Je weet dat ik deel van van het kamp dat het Vesch wil bekendmaken aan de rest van de mensheid," zei hij, terwijl hij naar zijn volgende kas plantjes ging, "maar onze argumenten heb je vast al gehoord."
"Eerlijk gezegd interesseren me die niet. Het behoort niet tot onze opdracht aan politiek te gaan doen. Wat belangrijker is, is dat we hier een aantal ernstige vergrijpen vastgesteld hebben."
"Zoals het bewust achterhouden van informatie en ontdekkingen," zei Dan.
"Dat is er één van. Bovendien dreigt het tegenkamp met het activeren van het Vesch."
"Openlijk?" vroeg Dan. Hij draaide zich nu om naar Sia. Hij had iets vaderlijks, geruststellends. Daarbij vergeleken was de huidige leider, Nathalie Pohl, een kille, gladde sfinx.
"Natuurlijk niet, zo dom zijn je collega's niet," zei Sia. De malse laag vruchtbare grond maakte een bevredigend geluid onder haar laarzen, anders dan het harde stof van buiten.
"Het is geen zwart-witverhaal," zei Dan, die zijn handschoenen uit deed en zijn vingers kraakte, "we eten hier nog altijd samen en zolang we het onderwerp vermijden, kunnen we best onze dagtaken uitvoeren."
"Niet zo best, lijkt me. Jullie hebben nog niet de helft van de voorziene taken afgewerkt."
Dan trok opnieuw z'n wenkbrauwen op.
"Tja. Dat is nog het minste. Nu, het zit zo dat jullie komst een opkikker is voor ons. Als jullie het Vesch in beslag kunnen nemen, dan hebben de anderen automatisch verloren."
"Hoe ver zouden ze bereid zijn te gaan om dat te voorkomen?"
"Moeilijk te zeggen. Alleen Nathalie heeft de toegangscode tot de tunnel. Daar konden we het tenminste eens over worden."
Sia dacht aan de beelden die Hwang haar deze namiddag had doorgestuurd. Het fameuze Vesch bleek erg klein te zijn, hagelwit en vierkant. Close-ups toonden de eerste lagen van inscripties in koolstoftubes.
"Maar," zei Dan, die nu z'n bril herschikte, "jullie kunnen haar dwingen. Het is deel van jullie bevoegdheden."
Sia snoof de bedwelmende plantengeur op en voelde haar humeur zakken. Het was onvoorstelbaar dat de ontdekking van de eeuw - een definitief bewijs van intelligent leven buiten de mensheid - gepaard moest gaan met verdeeldheid.
"Dat doen we alleen als we echt niet anders kunnen. Het is niet de bedoeling dat hier doden vallen. Waarom ben jij niet harder op de rem gaan staan, Dan? Jij bent officieel nog altijd de missieleider."
“Leiderschap betekent weinig als je maar met zeven bent. Nathalie kon leiderschap claimen door haar neutraliteit. Ilona en Ma Jing staan al sinds het begin aan mijn kant, maar op het moment dat de eerste crisis uitbrak, was de dreiging dat Giada, Ignacio of Catherine het Vesch op eigen houtje gingen activeren, reëel. Nathalie knutselde zelf de toegangscode op de deur in elkaar en veranderde de vergrendelingssystemen. Op dat moment hielp ze onze zaak eigenlijk.”
"Zou je zelf willen opgaan in de singulariteit?" vroeg Sia toen.
Dan schampte.
"Nee. Ik zie niet in wat er beter aan zou zijn dan wat we hier doen. Mensen zijn feilbaar. Ook in ideale of zelfverzonnen omstandigheden. Bovendien weten we niet precies wat er nog schuilgaat in zo'n singulariteit. Het roept veel vragen op. Is het leven daar eeuwig? Zouden we ons na een tijd niet doodvervelen? Zijn we ook daar alleen? Niets zegt dat het Vesch na activatie niet ergens anders opduikt, want we weten niet hoe het hier gekomen is."
Sia wilde hem tegenhouden om verder te filosoferen, maar dacht in de plaats daarvan na over wat hij zei.
"Maar je wil wel dat de mensheid weet dat het bestaat."
"Ook als het risico is dat het de mensheid ontwricht en verdeelt, net zoals het Ananke verdeeld heeft," bevestigde Dan plechtig.
Sia keek opnieuw door het glas naar de pasteloranje hemel van Ananke en verlangde plots intens naar huis.

Het was warm in de kamer van Catherine Crowley. De agricultuurexperte zat ontspannen op haar bed. Haar kamer was een toonbeeld van wanorde, wat Sia stoorde. Het paste bij Catherines springerige haar en haar algemeen passieve houding, alsof ze op geen enkel moment besefte dat ze deel uitmaakte van een historische missie. Het dossier had haar omschreven als een “meegaande introvert” en een kei in het bewaren van kalmte.
“Gaan jullie ons arresteren?” vroeg ze, op een toon die deed uitschijnen dat ze dat niet echt geloofde.
“Dat behoort tot de mogelijkheden. We kunnen jullie allemaal terug meenemen naar Aarde.”
“En wat gebeurt er daarna? Als het bestaan van het Vesch bekend gemaakt wordt, zal er complete chaos uitbreken.”
“Dat is niet aan ons om te beslissen.”
“Ik weet wat jullie mandaat wel en niet inhoudt, Sia,” zei Catherine kalm. Sia hield er niet van dat ze direct met haar voornaam aangesproken werd en beet op haar kaken.
“Er staat niets in het Handvest over het recupereren en gebruiken van technologie die van niet-menselijke oorsprong is. We zouden volstrekt in ons recht zijn om het Vesch te activeren.”
“Maar niet om dat niet te laten weten aan Aarde.”
Catherine haalde haar schouders op en keek op naar Sia, die overeind stond tegen een bureaublad.
“Jullie zouden het vroeg of laat te weten komen wat hier gebeurd is.”
Het gesprek duurde al bijna een halfuur en Catherine had nog geen blijk gegeven van enige emotie. Het dossier had niets vermeld over anti-autoritaire trekken bij Catherine, maar isolatie kon vreemde veranderingen teweeg brengen bij een persoon. Zoals bij mij, dacht Sia onwillekeurig. Ze was nog maar twee dagen op Ananke en ze voelde al dat ze haar irritatie onder controle moest houden. Dit probleem oversteeg haar politionele mandaat ruimschoots maar ze had geen enkele superieur in de buurt om aan te rapporteren en elke ingreep zou ze uitgebreid moeten rechtvaardigen tegenover de Verenigde Naties.
“Dat helpt ons niets vooruit,” zei Sia toen, “Jullie missie was om te starten met het bewoonbaar maken van de planeet Ananke. Jullie vallen nog altijd onder onze jurisdictie en onder onze wetten. Als een kolonie beslist van zichzelf af te scheiden van de mensheid door eigengereid dingen te gaan doen zoals niet-menselijke technologie te activeren, dan plaatst ze zichzelf buiten de wet. Zonder wetten kan de mensheid niet vooruit komen. Dat is geen precedent dat je wil scheppen.”
“Ja?” vroeg Catherine, nog steeds rustig, “Ik weet het niet hoor, Sia. Kolonisatie houdt zich zelden aan strikte wetgevingen. De mensheid is vooral vooruit geraakt door initiatief en improvisatie, niet door een reeks wetten te volgen die opgesteld zijn met weinig vooruitziendheid. Of denk je dat de eerste landbouwers op Aarde niet te maken kregen met tegenstanders die vonden dat gewoontes moesten gerespecteerd worden?”
“We zijn al een fors eind geëvolueerd voorbij discussies of zaaien boze geesten zou oproepen.”
Catherine glimlachte maar zei niets.

Hwang en Sia tuurden samen over de horizon, met in hun rug de basis, naar Lachesis die Clotho kruiste. Ze hadden al enige tijd niks gezegd. De reden dat ze naar buiten waren gekomen, was opnieuw om in alle privacy te kunnen praten.
"Het Vesch is nu al een vergiftigd geschenk," zei Hwang, "ze zijn er echt door bezeten, allemaal."
Ze zaten elk op een rotsblok, naast elkaar.
"Wat stel je dan voor? Ze allemaal arresteren en naar huis sturen?"
Hwang pakte een steentje op en keilde het weg over de rotsrichels. De lucht voelde zwaar en warm aan. Er was weer kans op een magmastorm vannacht.
"Onmogelijk. De sleutel ligt bij Nathalie."
"Maar Gustav heeft intussen alle data."
"Die hij nog niet kan sturen, en dat weet je," zei Hwang.
"We kunnen hem het commando geven te vertrekken. Tegen dat ze merken dat hij weg is, kan zelfs het activeren van de singulariteit hem niet meer inhalen," redeneerde Sia.
"Dat betekent dat we hier eeuwig vast zouden zitten met die kolonisten hier," zei Hwang met een misprijzende hoofdknik naar achteren, richting basis. Sia keek hem aan, maar het was bijna onmogelijk om zijn gezicht te zien door het vizier van zijn helm.
"Beter dat dan geweld."
"Misschien. Maar een beetje geweld af en toe hoort erbij."
Sia plantte haar hoofd tussen haar handen.
"Ik ben daar niet zo zeker van."

Verder naar deel VI.

Ananke (IV)

Glenlivich (Sol 2)

Als een zwerm agressieve bijen werd de gedachte aan springen almaar onontkombaarder. Zelfs de wolken kwamen niet tot hier. Sia duizelde, was dronken van het verlangen om te vallen en de roes te voelen van de wind die haar adem zou afsnijden. Ze sprong.
Ze werd wakker in een hels lawaai.
“Godverdomme.”
Het was tot haar eigen verbazing niet zijzelf die het zei, maar Hwang, die in de tent overeind zat en licht gemaakt had aan de sluispoort. Zijn ogen waren gericht op de wanden, die vervaarlijk beefden en trilden.
“Magmastorm,” verklaarde hij voor Sia. Ze wist dat ze er uit moest zien als een halve wilde, met haar zwarte haar hopeloos in de war over haar voorhoofd en ogen. Ze gaf zichzelf twee tellen om haar gedachten te ordenen.
“De tent houdt het wel,” zei Hwang, “maar ik had niet gedacht dat het zo extreem zou zijn.”
Een knal, die klonk als een ontsnapping van gas uit een zeegrot, klonk vlakbij.
Op Sia’s linkeroogdisplay stond dat het in lokale tijd bijna ochtend was. Het was vijf uur standaardtijd.
“Wel, toch drie uur geslapen. Niet zo slecht,” zei ze.
“Je hebt geluk,” grimaste hij, “ik heb geen oog dichtgedaan. Het was een prestatie dat je niet eerder bent wakker geworden.”
Hij wreef over zijn kin. Een nieuw gerommel trok over het dak van de tent.
“Dodelijk voor elke nederzetting in open lucht,” zei hij, “Ananke is dan wel een noodzaak voor de mensheid, maar geen echt prettige.”
“Liever dit dan Titan,” vond Sia, “je voelt je er alsof je rondzwemt in soep.”
Hwang lachte vermoeid.
“IJskoude soep,” voegde hij er aan toe.
Op Sia’s rechteroogdisplay waren als vanzelf haar nota’s gekomen van gisterenavond. Ze hadden er niet veel meer over gesproken nadat ze terug de basis uit waren begeleid door Catherine Crowley, ook al omdat ze dacht dat ze afgeluisterd werden. Op dat vlak was de tent veiliger, zeker nu het stormde.
“Wat denk jij?” vroeg ze aan Hwang. Hij wist waar ze op doelde.
“Een erg gespannen groep. Als het waar is, wat ze zeggen, begrijp ik ook waarom.”
“Ik vind het alleen raar dat ze in die twee jaar nog geen beslissing genomen hebben over wat ze met dat apparaat gaan doen – als het al echt werkt.”
“Wat zou je zelf doen?” vroeg Hwang.
“Hm.”
Zijn mondhoeken trokken naar beneden terwijl hij nadacht. Door de lichtinval zag hij er weer uit als een misdadiger.
“Een technologische singulariteit... Eeuwig leven... Virtueel alles kunnen doen wat je wil. Dat vooruitzicht is niet mis. Zeker als je hier met zeven mensen praktisch gezien voor altijd gaat zitten. Ik heb, omdat ik toch niet kon slapen, hun notities en dossiers doorgenomen. Het zou me op dit punt verwonderen als ze liegen.”
“Goed, wat kan je me erover vertellen?” vroeg Sia. Ze rolde uit haar slaapzak en kleedde zich aan.
“Volgens hun onderzoekingen komt het apparaat van een beschaving bij een ster uit de Scutum-Crux-arm van de Melkweg en beschouwen ze het zelf als een geschenk. Het ding is gemaakt om miljarden jaren mee te gaan en kan zelfs nova’s doorstaan. Het lost in één klap alle energie-, gezondheids- en geldproblemen op. Alles wat erin wordt getrokken, kan desgewenst zijn eigen universum creëren.”
Hij zweeg even.
“Er zijn ook pagina’s speculaties. Bijvoorbeeld wat als we eigenlijk zelf al in zo’n singulariteit leven maar het niet weten. Of hoe dit een antwoord biedt waarom we nooit Kardasjev II-beschavingen ontdekt hebben, de oplossing van de Paradox van Fermi, en zo verder.”
“Uh huh.”
Een nieuw, diep geluid raasde langs de wanden van de tent.
“Het wordt interessant wanneer de nota’s melding beginnen maken van meningsverschillen binnen de groep. Als ik het goed versta, zijn er nu twee kampen.”
“Eén kamp wil het ding openbaar maken, het andere kamp niet?”
“Precies,” zei Hwang, “Eén persoon heeft haar mening altijd voor zichzelf gehouden.”
“Nathalie Pohl.”
“Ja. Daarom leidt zij nu de missie in alles behalve naam. Het kamp dat pleit voor openbaarheid bestaat uit Dan, Ilona, en Ma Jing.”
De Chinees Ma Jing en de Russische Ilona Gradenko hadden tijdens de eerste kennismaking niets gezegd. Nu was ook de relatieve stilte van Dan Loeber duidelijker.
“Tegen zijn Ignacio, Giada en Catherine. Volgens mijn analyse hebben de laatsten mentaal het overwicht binnen de groep, maar is de numerieke weerstand van de anderen hoog genoeg om de status quo in stand te houden. Beide groepen geloven dat onze komst de zaken zal doen veranderen, maar ze weten ook dat we verplicht zijn de ontdekking te melden aan onze oversten.”
Sia’s donkere ogen werden nog donkerder.
“Objectief gezien is het tegen-kamp onze tegenstander. Zij hebben nu het meeste te verliezen.”
“Ze hebben ons wel allemaal netjes de data gegeven,” merkte Hwang op.
Het enige geluid kwam enkele tellen lang van de voorbijrazende magmastorm.
“En godverdomme wat heb ik zin in een glas whisky,” zei hij toen, waarbij hij met een vingerbeweging zijn oogdisplays afzette, en daarna over zijn gezicht wreef.
Sia pakte een in doeken gewikkeld pakje uit haar tas en gooide het naar Hwang. Hij ving het instinctief op en rolde het doek eraf. Hij grijnsde toen hij de fles Glenlivich tevoorschijn haalde en tegen het licht hield als een trofee.
“Dat noem ik collegialiteit,” zei hij.
“Er staan glazen in het compartiment achter je.”

De volgende dag hing er nog steeds een zwavelgeur in de lucht. Communicatie met de A2 was moeilijk maar de bestanden hadden hun weg gevonden tot bij Gustav. Ook het desoriënterende gevoel na de koudslaap en de aankomst op de net-niet-Aardse omstandigheden van Ananke, was aan het wegebben.
Sia nipte van een beker water met de nodige voorzichtigheid. Ze wist dat alle kolonisten, waar dan ook in het zonnestelsel (en daarbuiten), met water zeer zuinig omsprongen. Water naar binnen kappen alsof het goedkope frisdrank was, laat staan er mee morsen, werd nooit goed onthaald.
Tegenover Sia zat Nathalie Pohl. Ze werden gescheiden door een nette schrijftafel.
“Beschrijf even uw eigen positie in de groep,” opende Sia de ondervraging. Hwang was meegegaan met Ignacio naar het buitenaardse object, via de extra deur, door de geheime tunnel. Dat was aanzienlijk interessanter, maar Sia focuste zich op de taak die ze nu had. Bovendien, al was ze niet iemand die snel bewogen was door medeleven, wist ze ook dat Hwang nauwelijks geslapen had en zich de hele helse nacht lang nuttig had gemaakt door alle informatie al te sorteren en te analyseren.
“Ik ben psycholoog,” zei Nathalie, waarop ze knipperde met haar grote, groene ogen, alsof ze daar nog nooit eerder bij stilgestaan had.
“Dat weet ik ook. Ik bedoel, hoe verhoudt u zich tot de anderen.”
“Juist,” zei ze. De glans in haar ogen bekoelde weer.
“Je zou kunnen stellen,” zei Pohl, zorgvuldig articulerend om haar accent te verbergen, “dat mensen naar mij toe komen voor praktisch advies, of op moeilijke momenten. Toen de discussies omtrent het ding – excuseer, het Vesch, zoals we het liever noemen – uitbraken, werd al snel duidelijk dat meneer Loeber niet meer geschikt was om als neutraal leidersfiguur op te treden. Omdat ikzelf het minste van iedereen te maken had met het onderzoek dat op Ananke moet gevoerd worden en dus ook het minste wist over het Vesch, werd ik vrij snel de tussenpersoon tussen de facties die zich aan het vormen waren. Het was en is nog steeds mijn taak om iedereen samen te houden.”
Sia zweeg enkele ogenblikken en vouwde haar handen in elkaar in haar schoot.
“Hebt u een mening over het Vesch, en zo ja, als u dan toch de macht heeft om de hele kolonie één richting uit te doen kantelen, waarom heeft u die macht twee jaar lang onbenut gelaten?”
Nathalie fronste. Er verscheen een diepe groef in haar voorhoofd.
“Ik heb geen mening. Ik begrijp alle kanten van het verhaal, maar ik kies geen kant. De stabiliteit van de kolonie ging voorop.”
“Is het dan nooit in u opgekomen om het contact met de VN terug op te nemen?”
“Dat zou de stabiliteit verstoord hebben.”
Ze dronk zelf.
“U wist anders wel dat onze komst niet kon uitblijven. Verwacht u dan dat de VN zal beslissen? Dat zou tegen de wens zijn van één factie, die niet wil dat het bestaan van het Vesch bekend raakt.”
“Zij hopen u en uw collega te kunnen overtuigen.”
“En als dat niet lukt?”
Opnieuw die knippering met haar ogen.
“Suggereert u nu dat ze geweld zouden gebruiken?”
Sia kraakte haar vingers in één beweging.
“Natuurlijk suggereer ik dat. U acht hen daar niet toe in staat? Bovendien hebben we een piloot die op ons wacht in een baan rond de wereld.”
“Hm. De factie van Giada Catanzano, waar we het nu over hebben, weet ook hoe ze het Vesch moet activeren. Dan wordt zijn eigen bestaan uitgewist, en zijn we allemaal weg. U moet begrijpen dat zijn vinden dat –“
“Ho. Wacht daar,” zei Sia, “is dat een dreigement dat ze al uitgesproken hebben?”
“Het is de realiteit.”
“Maar hebben ze dit letterlijk zo gezegd?”
Nathalie knikte. Sia keek naar het plafond en dacht na. Ze verstond nu dat de kolonisten eigenlijk allemaal bereid te waren in de singulariteit te stappen. Alleen vond één factie dat dit niet kon ontzegd worden aan mensen van het zonnestelsel thuis die dat ook wilden.
“Als het Vesch geactiveerd wordt, hoe lang duurt de... procedure tot dat iedereen hier weg is?”
“Dat weten we niet zeker. Onze berekeningen variëren van één tot vier standaarddagen.”
“Hoe ver reikt de actieradius?”
“U denkt aan uw piloot?”
Sia zei niets.
“Het bereik gaat volgens Ignacio tot net aan de exosfeer van Ananke. Uw piloot zou ongedeerd blijven.”

Verder naar deel V.

Ananke (III)

De verborgen deur (Sol 1)

"Die geur, dat went nooit," zei Hwang toen hij en Sia in de sluis wachtten op de komst van één van de kolonisten.
"Het lijkt hier toch anders," zei Sia. Ze keken allebei in de richting van de zware deur, die elk moment kon opengaan.
"Ik ruik meer planten," voegde ze er aan toe. Voor de rest had Hwang gelijk. De mix van het gelijkaardige bouwmateriaal, semi-steriliteit en de bedomptheid van een klein aantal mensen dat dag in, dag uit samenleefde, was op de Maan, Mars of Europa zeer gelijkaardig. De toevloed aan zuurstof in de sluis deed Sia licht duizelig voelen.
De deur gleed open. Catherine Crowley droeg een donkere, seksloze werkoverall en glimlachte vermoeid.
“Welkom,” zei ze, “we hadden jullie komst al verwacht.”
Sia kneep haar ogen samen maar zei niks.
“We zijn blij dat jullie er nog zijn,” zei Hwang met onoprechte een glimlach.
“Volg mij.”
Ze gingen door een lange gang die Sia deed denken aan de nauwe, donkere gangen aan boord van de A2. Ze passeerden de deur die leidde naar de biosferen, en een andere deur waar de stockageruimte zich achter bevond. Ze maakte een mentale notitie dat er ook een derde deur was die niet op het oorspronkelijke plan van de kolonie stond.
Deur ook gezien? verscheen op Sia’s rechteroogdisplay. Een bericht van Hwang.
Ja.
Crowley wandelde met een aan de zwaartekracht van Ananke aangepaste, soepele tred voor hen uit. Ze zag er niet ongezond of bijzonder gespannen uit. Het enige onkarakteristieke aan haar was haar enorme, wilde bos zwarte krullen. Lang haar was ongebruikelijk voor kolonisten.
“Hoe was jullie reis eigenlijk?” vroeg Crowley aan de beide agenten terwijl ze met een kwartslag achterom keek naar Sia.
“Bedoel je niet ‘hoe komt het dat jullie hier zo snel geraakt zijn’?” kaatste Hwang de vraag terug. Ze lachte.
“Dat ook. We hadden wel verwacht dat ze mensen zouden sturen, maar niet zo snel. Ignacio zei dat ze de bouw van de A2 allicht versneld hebben nadat jullie niks meer hoorden van ons.”
“Inderdaad,” zei Sia. Het ergerde haar dat Crowley zo licht ging over de vele miljarden die de bouw van de A2 opgeslorpt had, puur uit bezorgdheid voor de eerste interstellaire kolonie, die nu, zo leken de eerste tekenen aan te geven, in goede gezondheid verkeerde.
Nergens rommel. Of ze hebben opgeruimd voor onze komst.
Wees daar maar zeker van, antwoordde Sia.
Ze stonden nu voor een brede deur.
“We zitten allemaal in de eetzaal. Dan kunnen jullie onmiddellijk vragen wat jullie willen weten,” zei Crowley, die van Hwang naar Sia keek en leek te wachten op een teken van bevestiging. Geen van beide agenten zei iets. Crowley opende de deur en liet de agenten voor gaan.
De eetzaal had een plafondscherm die de indruk moest wekken dat ze in open lucht aten. Vaaloranje licht priemde van achter de dunne, lange wolken van Ananke. De tafels waren opgesteld in één lijn, met alle kolonisten naast elkaar, in gelijkaardige donkergroene overalls.
“Willen jullie koffie of water?” vroeg Crowley, terwijl de agenten en de kolonisten elkaar in zich op namen.
“Water, graag,” zei Hwang.
“Ik hoef niks, bedankt.”
Terwijl Crowley naar een hoekige waterfontein ging en Hwang ging zitten op de stoel tegenover de rij tafels die voor hem bedoeld was, bleef Sia staan.
“Ik ben Sia Pierce, en dat is Hwang Seong,” zei ze, met haar handen op haar rug, tegen de kolonisten, “we zijn naar hier gestuurd omdat jullie twee jaar geleden alle contact hebben verbroken met Aarde, zonder een voorafgaand teken dat er iets aan de hand was. Wij willen graag weten waarom. Het lot van onze allereerste interstellaire nederzetting is een ernstige zaak.”
“Dat verstaan we,” zei één van de kolonisten, die Sia herkende als Nathalie Pohl, een Frans-Duitse psychologe. Ze had mat, blond haar en opvallend grote, groene ogen.
“De reden waarom we op 16 augustus 2134 het contact met Aarde verbroken hebben, is omwille van een ontdekking die we hier op Ananke hadden gedaan.”
“Wat voor ontdekking?” vroeg Sia, toen het na die mededeling stil bleef. Hwang zat achter Sia, met zijn sterke armen over zijn borst gevouwen, onderuitgezakt op zijn stoel.
“Het was niet zozeer een ontdekking als wel het resultaat van een eerdere ontdekking,” zei Crowley, die Hwang een beker water gaf en zelf plaatsnam tussen de kolonisten, “we hadden ook die eerdere ontdekking niet doorgegeven.”
Sia trok een wenkbrauw op en liet haar blik over de zeven glijden.
“Waarom?”
“De natuur van onze ontdekking was zo schokkend dat we zeker wilden zijn wat het was, alvorens we verdere beslissingen namen,” sprak een zachte stem, die toebehoorde aan Ignacio Dos Santos, de astro-ingenieur.
“We hebben er toen democratisch over gestemd, net als toen we het contact verbraken,” vulde Nathalie aan.
“Democratisch of niet, zo’n beslissing gaat lijnrecht in tegen de Handleiding voor Kolonisten van de Verenigde Naties en is een serieus misdrijf,” zei Sia.
“Bovendien,” zei Hwang vanuit zijn hoek, na een slok water, “wisten jullie kennelijk dat Aarde de Zonepolitie er zou op af sturen.”
“Het gaf ons tijd,” zei Crowley, die voor het eerst minder zelfzeker klonk dan daarnet.
“En heeft het wat opgeleverd, die tijd?” vroeg Hwang arrogant.
Daar volgde een stilte op.
“Wat was de natuur van jullie ontdekking?” vroeg Sia aan Ignacio. De Braziliaan ontweek Sia’s blik en keek naar Nathalie, die haar handen samenvouwde, een ademtocht uitblies en toen begon te praten.
“Drie maand na onze aankomst ontdekten Dan en Giada op een verkenningstocht een artefact dat duidelijk niet van natuurlijke, noch van menselijke oorsprong was. Het voorwerp bevond zich zes kliks ten westen van onze basis. Daar staat het nog steeds. In de periode die er op volgde, onderzochten we het terwijl we ons zo goed en zo kwaad kweten van onze andere taken.”
“Het verklaart alleszins waarom de groei van de kolonie zo traag verliep,” zei Hwang.
“Inderdaad,” zei Nathalie, nog steeds met samengevouwen handen, “Tegen 10 augustus wisten we definitief wat het voorwerp was. Het was een reeks instructies om een neuraal netwerk op te zetten, een soort artificiële intelligentie die vele malen complexer en krachtiger was dan alles wat wij kennen. De beschaving die het voorwerp achterliet, meldde dat ze er de Melkweg mee bezaaid hebben. De bedoeling van het netwerk is dat de gebruikers er zichzelf in opladen.”
“Bedoel je dat je er tot een technologische singulariteit mee kan komen?” vroeg Hwang.
“Dat is correct,” mengde een andere stem zich in het gesprek. Dat was Giada Catanzano, daarnet door Nathalie als één van de twee ontdekkers van het voorwerp aangewezen.
“Een beschaving die er zichzelf in oplaadt, leeft vanaf dan zonder tijd, zonder ziekte, in complete vrijheid.”
“Een beschaving?” herhaalde Sia, “Hoe werkt dat dan?”
Ze probeerde twee tegenstrijdige gedachten tegen elkaar af te wegen. Enerzijds was het mogelijk dat de kolonisten bevangen waren van een collectieve gekte en dat het object geen artefact was van buitenaardsen. Anderzijds, als het waar was, besefte ze dat deze situatie erg snel boven het hoofd van de Zonepolitie aan het groeien was.
“Als het object geactiveerd wordt, onderwerpt het de wereld waar het staat, aan zijn singulariteit. Alle bewuste wezens worden er mee in opgenomen,” zei Catanzano.
“Dus,” zei Hwang, die nu vooroverleunde en de indruk gaf niets te geloven van wat zonet verteld was, “eigenlijk moeten we onszelf niet opladen. Het ding neemt ons op.”
“Zo kan je het ook stellen,” zei Catanzano ijzig.
Verschillende mensen begonnen door elkaar te spreken.
“Wacht,” zei Sia. Iedereen verstomde. Ze keek Nathalie aan, waar ze van vermoedde dat ze de informele leider was geworden van de kolonie. Normaal hoorde dat Dan Loeber te zijn, maar die zat er indolent en afstandelijk bij.
“We moeten dit object eerst zelf kunnen zien. Bovendien hebben we ook alle data nodig van jullie onderzoeken.”
“We kunnen maar één persoon tegelijk meenemen,” zei Nathalie, “bovendien is er een magmastorm op komst, dus zal dit moeten wachten tot morgen.”
“En de data?” vroeg Hwang.
“Die kunnen we wel... meegeven,” aarzelde Nathalie, “maar... het is onmogelijk om ze te versturen van hier uit.”
Sia checkte op haar linkeroogdisplay de verbinding met Gustav en zag dat die inderdaad weggevallen was.
“Je beseft toch wel dat dat geldt als obstructie bij een VN-onderzoek?” vroeg ze.
“Wij weten dat. Begrijp dat deze situatie ook bij ons al voor veel spanningen heeft gezorgd.”
Sia dacht aan de verhitte politieke debatten, de partijen armworstelen binnen diverse raden en het gedoe binnen de Zonepolitie dat al honderden mensen hun carrière gekost had.
“Van spanningen kunnen we meepraten,” zei Sia. Hwang grinnikte.
“Ik zal jullie de data direct overhandigen,” zei Dan Loeber, die nu pas voor het eerst sprak.
“Zijn er voor de rest nog onmiddellijke vragen van jullie kant?” vroeg Nathalie aan de agenten.
“Massa’s,” zei Hwang, die nu zelf ook was opgestaan, “we moeten jullie elk apart kunnen ondervragen.”
Doe jij de ondervraging? Ik ga kijken naar dat fameuze object.
Goed. Wees op je hoede. Het kan zijn dat het deel is van een plan om ons te scheiden van elkaar, antwoordde Sia.
We hebben nog altijd Gustav.
“Dat hadden we al gedacht,” zei Nathalie gelaten, “willen jullie verder nog eten? We kunnen ook een rondleiding geven. Er is slaapplaats in één van de biosferen.”
“We hebben onze eigen tenten en voeding meegenomen,” zei Hwang, “we zullen buiten de basis slapen. Ook als er een magmastorm is.”
“Een rondleiding hoeft niet. Als we een plaats willen zien, zullen we dat vragen,” zei Sia.
Nathalie keek naar de andere kolonisten. Op Dan na leken ze allemaal geïrriteerd, maar ze zeiden niks meer.

Verder naar deel IV.

Ananke (II)

Bij Ananke (Sol 1)

"Ik hoop dat we er op kunnen vertrouwen dat Gustav er nog is als we terug willen," merkte Sia op terwijl de vage lijn van Ananke's exosfeer dichterbij kwam op het scherm. Hwang, die net als zij ingesnoerd zat in zijn schokharnas, draaide zijn gezicht voor zo ver hij dat kon.
"Je vertrouwt hem niet?"
"Hij heeft een paar vijzen los, dat is alles."
"Hm. Hij is één van de enige zes interstellaire piloten die er zijn. Er moet wel iets aan schelen."
Sia fronste.
"Iedereen die in de ruimte rondvliegt is niet goed bij z'n hoofd, eigenlijk," zei ze, "het komt er op aan dat het niet de verkeerde vijzen zijn die los zitten."
"Of los komen, na een tijdje," grijnsde Hwang. Zijn grijns had iets pijnlijks door het gerammel van de lander, die weerstand begon te ondervinden van de atmosfeer. Op het scherm werden landmassa's rotsmassa's, en kleurverschillen werden geprononceerder.
"Ik denk dat we kunnen vertrouwen op Gustav," besloot Hwang toen, kalm in het midden van de storm, "ik denk dat je onderschat hoe alleen hij zich gaat voelen."
Sia dacht terug aan haar uithaal naar hem toen hij haar had willen overvallen met allerlei nieuws van Aarde en het zonnestelsel.
"Het is niet dat we anders zulk geschikt gezelschap voor hem waren."
"Hier heb je niet te kiezen," zei Hwang.
Sia zei niets. Ze focuste op het scherm voor haar. Data rolde voorbij in vloedgolven. Atmosferische druk aan het oppervlak van 0,8 bar, samenstelling van de atmosfeer was 26% zuurstof, 71% stikstof, 2% neon en nog wat vluchtige gassen. Temperaturen. Drukgebieden. Breuklijnen en kanalen water en magma. Rotsformaties werden individuele bergen, slenken, meren en dalen. Er was een roze bedekking die leek op mos. Poreuze stenen.
Naast haar checkte Hwang andere data. Als hij al nerveus was, dan toonde hij het niet.
Er kwam een nieuwe schok van de parachutes die opengingen. De rust in de cabine keerde terug.
"Dat ging al goed," zei Hwang. Sia knikte kort en drukte met twee vingers tegen elkaar het commando in om de kolonie te contacteren.
"Ze zijn er. Ze antwoorden niet," zei ze. Met een beweging van haar hand kwam het dialoogvenster op het scherm. De AI's van de lander en de kolonie hadden groeten uitgewisseld, maar daar bleef het bij, net als aan boord van de A2.
"Dat hadden we verwacht," zei Hwang. Hij maakte zijn harnas wat losser en keek Sia aan.
"Wat denk jij, nu? Sekte geworden? Politieke rebellie? Of een donker geheim?"
"Wil je echt een weddenschap afsluiten, op vier lichtjaar van Aarde?" vroeg Sia een octaaf lager. Haar ogen boorden zich in die van Hwang. Intussen probeerde de AI nogmaals die van de kolonie er toe te bewegen om zijn menselijke meesters te doen antwoorden.
"Ik weet dat je hier niet zit om sympathiek te zijn, maar kunnen we niet ons best doen?" antwoordde hij rustig, "Wat meer collegialiteit zou fijn zijn."
Sia wilde iets zeggen maar hield zichzelf tegen.
"Donker geheim," zei ze toen nauwelijks hoorbaar, terwijl ze terug focuste op het landschap. De kolonie en haar overkapte boerderijen kwamen in zicht voorbij de ijle wolkenslierten die rond de vallei hingen waar de toekomstige hoofdstad van Ananke moest komen.
"Ik denk precies hetzelfde," zei Hwang tevreden. Hij had de tegenwoordigheid van geest om niet z'n hele deductieproces aan haar uit te leggen. Misschien konden ze dan toch vrienden worden, dacht Sia.

Sia en Hwang hadden na een gecodeerd bericht aan Gustav dat ze goed aangekomen waren, alle apparatuur in slaapstand gezet en waren toen zwijgend de lander uit gegaan. Omdat nog niet alle levensvormen op Ananke in kaart waren gebracht, moest dit gebeuren met een beschermingspak, maar dat woog al bij al vele malen lichter dan de onhandige pakken die de Zonepolitie aan moest als ze over het oppervlak van de Maan, laat staan Europa, moesten bewegen.
De helmdisplay gaf de route aan die ze door een zandslenk moesten volgen. Sia voelde zich sterker dan ze verwacht had na een landing, maar wist dat dat kwam door de desoriënterende combinatie van de lichtere zwaartekracht en de bijna normale luchtdruk.
De hemel was het spectaculairst. Tinten die liepen van roze tot diep violet liepen in stroken en lagen over de horizon, en deden de rotsen aan weerszijden van de slenk baden in een gloed die tegelijk koel en warm leek. Lachesis, de zon van Ananke, was al bezig aan het zakken, en zou dat nog 17 uur aan een stuk doen vooraleer een nacht intrad van 58 uur. Er blies een forse wind.
"Ik had nu ongeveer wel een welkomstcomité verwacht," zei Hwang, die een eind voor Sia uit liep, na vijf minuten wandelen. De kolonie lag nog op ongeveer één kilometer. Zijn stem klonk luider in Sia's oorplaatjes dan ze verwacht had.
"Ze hebben nog tijd. Dat ze binnen blijven zitten, pleit niet in hun voordeel," zei ze, terwijl ze haar ogen van west naar oost liet glijden, langs de voorbijdrijvende sliertwolken, de randen van de rotsen en langs Hwangs rug, waar het logo van de Zonepolitie opgedrukt was, dan weer over het landschap.
Er was iets aan op een andere wereld rondwandelen dat nadien steeds aanvoelde als een droom. Ze had het gevoeld toen ze de eerste keer naar de Maan was geweest, voor haar opleiding, en toen opnieuw toen ze zes maand op Mars gezeten had. Hier was het meest surreële aspect de grootte van Lachesis, die er uit zag als een laag hangende, ondergaande zon op Aarde, maar in de verkeerde positie stond.
"Ik vraag me soms af hoe mensen dit soort dingen aankunnen," zei ze, meer tegen zichzelf dan tegen Hwang, "Een andere wereld is zo... absurd. Ik kan me niet voorstellen dat iemand hier graag wil komen wonen."
Hwang lachte zacht boven de wind uit.
"Er zijn ook mensen die het absurd vinden dat wij graag in de vrije ruimte zijn."
Sia overwoog die gedachte.
"Ja," zei ze toen, terwijl ze allebei langzaam uit de slenk kwamen en het plateau naderden waar de kolonie was, "maar de ruimte is neutrale grond. Alles is er ver. We zijn er al bijna twee eeuwen. Een andere wereld, bij een andere ster... dat is een enorm verschil."
"Als we mogen afgaan op onze verloren kolonisten, heb je gelijk," zei Hwang.
De volgende minuten gingen weer voorbij in stilte. Het plateau waaierde nu uit aan de oostkant. De westkant toonde in de verte bergen, en daar voorbij laag hangende, grijze nevel die het zicht aan verdere landschapskenmerken onttrok. In de vallei die ze zo dadelijk in zouden gaan, ten oosten, lagen ondiepe rivieren met gelig-bruin water.
Hwang bleef stilstaan vlak voor de helling die het einde van het plateau markeerde.
"Prachtig," mompelde hij. Sia kwam naast hem staan.
Enkele honderden meters in het dal lagen in opdwarrelend stof de heldere koepels van de AI-boerderijen. Sia zoomde in. Een windstoot rukte aan hun beschermingspakken.
"Geen schade aan de buitenkant, zo te zien," zei ze.
"De ingang is ook niet geblokkeerd," gebaarde Hwang, waarop Sia's zoom verschoof naar een artificiële, met oranje zand bedekte rots met een lichtstrip en een sluisdeur.
"Inderdaad," zei ze. Ze opende nogmaals de comapp en sprak zelf een boodschap in. Hwang keek verder uit over de omgeving en bestudeerde nu de uit de rotsen en lage bergen stromende riviertjes. Sia kon bijna horen hoe hij zijn adem inhield.
"Ananke A, dit zijn majoor Sia Pierce en majoor Hwang Seong van de VN-Zonepolitie. Wij zijn gekomen om de reden te achterhalen waarom uw team sinds 16 augustus 2134 niks meer van zich heeft laten horen, hoewel uw apparatuur duidelijk werkt. Wij komen niet met vijandige bedoelingen, maar zullen ons bij gebrek aan medewerking genoodzaakt zien om legitiem geweld te gebruiken waar nodig."
Sia sloot af. Hwang draaide zich om en stak zijn duim omhoog, waarna hij voorzichtig begon aan de afdaling. Ook Sia maakte zich op om naar de basis toe te gaan. De enorme zon in de hemel maakte hun schaduwen reusachtig.
Toen ze nog ongeveer 200 meter te gaan hadden, kwam er op de linkerdisplay van zowel Hwang als Sia een vrouwengezicht.
"Gegroet en welkom op Ananke," zei de stem die bij dat gezicht hoorde. Sia herkende haar onmiddellijk als Catherine Crowley, agricultuurexperte. In het dossier had ze er donkerder en ronder uitgezien.
Beide agenten waren gestopt. Hwang had zich naar Sia gedraaid, ofschoon ze elkaars gezicht niet konden zien door hun ondoorzichtige helmplaat.
"Onze excuses dat we niet eerder reageerden op de oproepen van jullie schip en jullie computers. Ik spreek namens alle kolonisten dat we zeer blij zijn met jullie komst."
Door de te lage resolutie was het onmogelijk om op te maken of het gemeend was. De spraakherkenning wist alleen maar te vertellen dat Crowleys signatuur klopte.
"Ik zal dadelijk naar buiten komen om jullie allebei te ontvangen."
Ze wachtte nog enkele ogenblikken maar toen van Sia en Hwang geen vragen kwamen, sloot ze de verbinding.
"Geen sekte," stuurde Hwang over de privélijn.
"Crowley hoort niet de woordvoerder noch de leider te zijn. Eerste belangrijk punt," zei Sia.
"We zullen zien," zei Hwang met een ruwe hoofdknik richting sluis.

Verder naar deel III.