Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling kortverhalen daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Ik ben tijdelijk gestopt met kortverhalen, maar in 2016 heb ik een geredigeerde bundel van de beste verhalen uitgebracht: 'Recombinant' is gratis te downloaden in PDF- en in EPUB-formaat.

donderdag 27 oktober 2016

Ananke (VI)

Pandora (Sol 3)

Ma Jing Rui was het oudste lid van de expeditie naar Ananke. De Chinese terraformatie-expert had er bijna een heel leven in de ruimte op zitten, eerst een decennium op de Maan, dan een decennium Mars en nadien enkele onderbroken verblijven op de Joviaanse manen en een verkennende expeditie naar Ceres en het Pluto-Charon-stelsel. Hij had kort grijs haar en vele lijnen onder zijn ogen. Zijn glimlach was als van kwikzilver. Hij stond te boek als een stugge werker die nooit een blad voor de mond nam. Dat deed hij ook nu niet, terwijl hij met Sia langs een dal wandelde waar hij zijn kassen met mineraalplantjes had opgesteld. Zijn kassen liepen honderden meters door voorbij de basis.
“Bent u een lezer, majoor Pierce?” vroeg hij.
“Literatuur boeit me niet zo. Waarom vraag je dat?”
“Politiemensen zijn over het algemeen geen lezers,” zei hij, “maar ik heb er veel aan. Boeken zijn een gezelschap dat zelden gaat vervelen. Heeft u ooit gehoord over De afgezant?”
“Nee.”
“Het is een kortverhaal dat zich afspeelt op een ruimtestation in een baan rond Aarde tijdens de periode van de Grote Problemen. Iedereen op Aarde is dood na een globale thermonucleaire oorlog en de zeven astronauten in het station zijn de laatste mensen. De gezagvoerder beweert dat hij contact heeft gemaakt met een buitenaardse intelligentie en heeft zich opgesloten in zijn cabine. De rest van de bemanning weet niet of hij gek geworden is of dat het waar is wat hij zegt.”
De stem van Ma Jing klonk monotoon in Sia’s oorplaatjes van haar helm.
“Ter zake, Ma Jing,” gebood ze hem. Hij leek te gnuiven.
“Dit is ter zake, majoor Pierce,” zei hij, “Het punt is dat de andere zes moeten omgaan met fundamentele onzekerheid. Net zoals wij met het Vesch.”
“Hoe loopt het verhaal af?”
“Onbeslist. Hun gezagvoerder blijkt al twee weken van boord verdwenen. Niemand weet of hij door een sluis gegaan is of dat zijn buitenaardse vrienden hem zijn komen halen.”
Sia liet haar ogen langs de eindeloze rijen kassen glijden, het mogelijke begin van een nieuw bioom dat vreemd was aan de oorspronkelijke biosfeer van Ananke. Lachesis stond hoog aan de hemel maar haar licht was zacht. Clotho ging onder. Atropos was nergens te zien.
“Wij hebben hier ook elk een keuze gemaakt met die fundamentele onzekerheid,” vertelde Ma Jing verder, “De meesten op basis van hun moreel kompas. Ikzelf op basis van kans.”
“Dus je gelooft niet echt dat het Vesch moet bekend gemaakt worden aan de mensheid?”
Zelfs door zijn ruimtepak was zichtbaar dat hij zijn schouders ophaalde terwijl hij even bleef stil staan en één van zijn kassen inspecteerde.
“Nee. Het is niet dat mijn keuze er niet toe doet, maar ze is op even veel gestoeld als de tegengestelde keuze.”
“Waarom heb je dan niet gekozen om de doorslag te geven en over te lopen naar het andere kamp?”
“Een willekeurige keuze betekent niet dat ik zomaar van keuze ga veranderen. Het leven zelf werkt ook niet zo. Kijk naar deze mineraalplantjes. Binnen drie eeuwen zijn die misschien een heel andere richting uit gegroeid of hebben ze voedingsstoffen onttrokken van de bodem van Ananke die we nu nog niet kunnen voorspellen, zoals we ook niet hadden kunnen weten dat we wormen gingen hyper-evolueren die zich voedden met regoliet op de Maan. Die keuzes waren allemaal willekeurige oorzaak-en-gevolg-kettingen, maar onomkeerbaar.”
“Jij bent geen plant of geen worm, Ma Jing. Je maakt keuzes. Een plant niet.”
“O, vrije wil. Dat, ja.”
Hij gnuifde opnieuw en ze wandelden verder. De basis was een blokkendoosje geworden in de verte, in hun ruggen. Sia besloot het over een andere boeg te gooien.
“Waarom zijn jij, Dan en Ilona nooit in opstand gekomen tegen de anderen? Ilona heeft militaire training. De anderen overmeesteren zou niet zo moeilijk geweest zijn.”
“En het begin van de eerste extrasolaire kolonie drenken in bloed? Omwille van wat? Een artefact waarvan we niet eens echt zeker zijn wat het doet?”
“Wat als de anderen jou bedreigd hadden?”
“Wat als?”
Ma Jing leek geamuseerd door die vraag.
“Ik maak geen grap, Ma Jing,” zei Sia streng.
“O, ik weet het. Ondanks alles hebben we hier enkel elkaar. Kolonisten worden door de Verenigde Naties niet uitgekozen voor hun moordlust of hun onvermogen tot samenwerken.”
Niet dat hen dat in verleden al tegenhield, dacht Sia.
“Jullie hoopten gewoon dat de VN het voor jullie zou komen oplossen. Is het dat?”
“Natuurlijk,” zei Ma Jing.

Hwang en Sia hadden beslist dat ze morgen een definitef besluit zouden vormen. De kolonisten zaten muurvast in hun eigen versies van het verhaal, met als centrale, starre as Nathalie Pohl.
“Zij is eigenlijk het grootste obstakel. Initieel vond ik dat het goed was dat er iemand op Ananke een middenpositie kon innemen, maar zonder haar was het zo geen uitzichtloze patstelling geworden. Dan wist ofwel iedereen op Aarde wat het Vesch was en hadden andere wetenschappers er zich over kunnen buigen, misschien ver weg van ons zonnestelsel, ofwel was de hele kolonie samen met het Vesch in rook opgegaan,” analyseerde Hwang tijdens het avondeten.
“Dat is niet gezegd. Niemand weet of er al singulariteiten in het Vesch aanwezig zijn,” zei Sia.
Hwang nam een hap eten. Ze zaten in kleermakerszit tegenover elkaar. Buiten was het rustig.
“Ignacio denkt van niet,” zei Hwang. Ignacio Dos Santos was de onderzoeker die het meeste wist over het Vesch. Hwang had hem al gesproken maar Sia nog niet.
“Ik zie Ignacio straks nog voor de koffie,” zei ze.
“Dos Santos drinkt koffie alsof hij er een infuus van nodig heeft,” grimaste Hwang, “En er is iets raars aan die vent. Raarder dan bij andere ruimtekolonisten.”
“Hoezo?”
Sia at zelf een hap.
“Hij verbergt iets maar ik weet niet wat het is.”
“Heeft het belang voor onze missie, volgens jou?”
“Mogelijk,” zei Hwang weifelend, “misschien krijg jij het uit hem. Dan was ook een stuk ontspannener bij jou dan bij mij.”
“Ik zou niet gokken op mijn charmes, Hwang,” zei Sia koud.
“Dat bedoelde ik niet. Je hebt de leeftijd van Dans dochter. Ik heb daarentegen wel mijn fabelachtige charme moeten inzetten tegen Nathalie.”
“Heb je er iets mee bereikt?” vroeg Sia met het begin van een glimlach aan één kant van haar mond. Hwang lachte al kauwend.
“Nee. Ik denk dat ze aseksueel is.”
“Omdat ze niet voor je charmes valt?”
“Omdat elementen in het dossier er op wijzen.”
Sia haalde met een kort mentaal commando Pohls dossier voor haar linker oogdisplay en zocht naar gegevens over vorige relaties. Er stond niets over in.
“Verder weet ik dat Ma Jing en Catherine een korte relatie gehad hebben,” zei Hwang.
Sia sloot het bestand af.
“Die indruk kreeg ik ook al door de manier waarop ze over elkaar spraken. Als we overgaan tot een arrestatie, houden we hen best gescheiden.”
“Je weet nooit dat hun oude liefde oplaait.”
Hwang leunde achterover en rekte zich uit. Hij zette zijn bord op de tentvloer.
“We moeten sowieso op onze hoede zijn,” zei Sia, terwijl ze langs Hwang heen naar een onbestemd punt keek, “het tegenkamp weet dat de kans veel groter is dat zij het pleit zullen verliezen.”
“Er staan verklikkers om de tent heen en Gustav monitort hun communicatie,” zei Hwang gemoedelijk.
Gustav. Op drie dagen tijd was de Zweedse piloot een erwt geworden in Sia’s hoofd, iemand die ze al in jaren niet meer gezien leek te hebben.
Sia maakte de displaywand van de tent doorzichtig. Het licht was dat van wat op Aarde een namiddag zou zijn. De basis lag erbij als een tombe van één of andere mysterieuze farao. Meer dan vier lichtjaar verwijderd van gelijk welke andere dode farao.
Hwang had zijn ogen gesloten en deed zittend een dutje. Sia bleef kijken naar de hemel terwijl ze haar laatste happen eten naar binnen werkte. Vreemde werelden waren altijd vreemder dan de meest gedurfde dromer ze zich had voorgesteld en Ananke was niet anders. De eerste robotverkenners hadden de mensheid een beeld gegeven van Ananke als een mix tussen Mars, Titan en Aarde, een wereld die onmiddellijk vertrouwd overkwam met zijn rotsige landschapen, ondiepe meren en vulkanen. Het was niet de bizarre onderzee-wereld van Europa, niet de kaalheid van de Maan noch de desolate levenloosheid van zo vele andere werelden in het zonnestelsel. De mensheid kon zich voorstellen dat Ananke ooit een tweede thuis kon worden. Mars was prompt een pover substituut geworden. En toen verdwenen de kolonisten van de radar. En toen was het Vesch gekomen.
De kolonisten hadden erover gespeculeerd dat de inscriptie zei dat de Melkweg bezaaid lag met dergelijke objecten, achtergelaten als geschenken door een kosmische Kerstman. Wie weet was er ook één op Aarde aanwezig maar was het nog niet ontdekt of verzwolgen door massa’s aarde en rots. De groep onder leiding van Giada vermoedde dat de VN eigenlijk al wist dat het Vesch bestond – waarom zouden ze anders de basis zo dicht bij de vindplaats hebben willen inplanten? De groep rond Dan had dat ontkend. Als de VN het al had geweten, waarom hadden ze het niet op voorhand gezegd? Sia geloofde ook niet dat de VN op de hoogte was. Dergelijke cruciale informatie aan haar onthouden zou oliedom geweest zijn. Maar zou het de eerste keer zijn dat leiders onbegrijpelijk domme beslissingen maakten?
Ze keek nu naar Hwang, die tevreden dutte. Zijn drinkmok stond naast hem. Voor het eerst las Sia het opschrift: “Het is op elke wereld wel iets.”

Verder naar deel VII.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten