Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling kortverhalen daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Ik ben tijdelijk gestopt met kortverhalen, maar in 2016 heb ik een geredigeerde bundel van de beste verhalen uitgebracht: 'Recombinant' is gratis te downloaden in PDF- en in EPUB-formaat.

vrijdag 27 april 2012

Alleen op feestjes

Bijna elk jaar gebruikten we het mosselfeest van onze oude middelbare school, zoals zo veel klassen, als een excuus om een klasreünie te houden. Die van vorig jaar was niet doorgegaan en die van twee jaar geleden had ik overslagen omdat ik in Frankrijk gezeten had. Nu waren we weer voltallig. Onze klas werd indertijd gevormd door maar tien mensen en ik was één van de enige twee meisjes in de klas geweest. De groep was groter geworden. Zeven onder ons hadden een partner, al dan niet getrouwd. Elien was een paar maand terug moeder geworden en er werden beleefde vragen gesteld over de baby. Steven was pas getrouwd en zag er nog even blond en jongensachtig uit als tien jaar geleden in het zesde middelbaar."Herinner je je nog dat je plots van je bank opstond, naar voren liep en flauwviel, Peter?"
Peter en zijn vriendin waren het centrum van de aandacht. De refter, overvol met tafels ex-leerlingen, ouders van huidige leerlingen en oudere leerlingen zelf, riep vanzelf herinneringen op. Lange middagen met sport. Witte boterhammen met salami of smeerkaas.
"Natuurlijk. En Van De Velde die dacht dat het een stunt was."
"Is Van De Velde nog altijd samen met Patroklos?" vroeg Karel.
Patroklos was de bijnaam van onze leraar Grieks geweest, die enkele jaren geleden uit de kast gekomen was en blijkbaar een relatie had gehad met Van De Velde, een leerkracht wiskunde die ook nog aan ons les gegeven had.
"Ik denk het wel," zei Alex, die nu zelf leraar was. Tien jaar terug was Alex een schriele, ongezonde jongen geweest zonder vrienden. De laatste jaren zag hij er erg normaal uit. Hij was één van de weinigen die zonder partner gekomen was.
"Maar het is nu ook niet dat ik hun doen en laten volg. Dat is hun privéleven," voegde Alex eraan toe met een brede glimlach, hoewel wat hij zei niet bijzonder grappig was en er ook niemand lachte.
"Waar is je man?" vroeg ik aan Elien, die naast me zat.
"Thuis met de baby natuurlijk," antwoordde ze.
"Zo hoort dat," zei Karel, die na al die jaren nog niks ingeboet had aan fysieke omvang en goedgeluimde intelligentie. Hij doceerde in het buitenland en was voor enkele weken terug in België.
"'t Is de eerste keer dat hij het doet hoor, ik hou mijn hart vast," zei Elien.
"Heb je een takenlijst of een handleding voor hem gemaakt?" vroeg Steven. Zijn vrouw leek hem te berispen om een reden die ik niet kon achterhalen. Elien moest lachen.
"Voor jou zou dat geen enkel nut hebben," zei Peters vriendin tegen hem, "jij zou zelfs de takenlijst kwijtraken."
Opnieuw gelach omdat iedereen wist dat het waar was. Peter was nog kort op tv geweest en was het dichtste dat we in onze kring hadden dat bij een Bekende Vlaming kwam.
Er was een korte stilte terwijl iedereen mossels at.
"Vrienden, het is leuk om nog eens samen te zijn," zei Yves, die was gekomen met een bijzonder knappe vrouw. Yves was advocaat en had zijn opleiding deels in Zuid-Afrika, deels in Wallonië genoten.
Er werd instemmend geknikt en gemompeld.
"Alleen jammer dat Hero er niet bij kon zijn," mijmerde Steven. Opnieuw die berispende blik van zijn vrouw. Hij reageerde er niet op. Het gele licht van de refter deed zijn haar nog blonder lijken dan het was.
"Hebben jullie hem nog vaak gezien dan, voor... ?" vroeg Elien.
"De week voor hij zelfmoord pleegde, heeft hij me proberen bellen," zei Alex, "maar ik was niet bij mijn telefoon en hij nam niet op toen ik terugbelde."
Zijn ernst leek, net als zijn vrolijkheid daarnet, licht overdreven.
"Ik denk dat we weinig konden doen," zei Karel gelaten, met een eivol glas witte wijn in de vlezige hand.
"Ik weet het niet, ik heb me soms afgevraagd of wij niet mee verantwoordelijk waren voor zijn wanhoop," wierp Yves op. Hij zag eruit als een liberaal politicus.
"Het is waar dat we af en toe met Herodes lachten," zei Peter, "maar na het middelbaar heeft hij nog veel meer rare dingen gedaan en gezegd die weinig met ons te maken hadden."
Ik herinnerde met Herodes, Hero, als een lange, elastiekachtige jongen met kleine ogen en geen idee hoe hij zich eigenlijk echt hoorde te gedragen. Ik had op een groepswerk een keer zijn ouders gezien - statige, oude mensen die eruit hadden gezien als begrafenisondernemers.
"Zoals zijn reis naar Amerika," zei Lander, die tot hier toe verrassend weinig gezegd had. Het lag er ook wel aan dat hij tegenover Rik zat, de allerstilste van de oude klasgenoten, en dat het epicentrum van de actie zich aan de andere kant van de tafel bevond.
"Reis naar Amerika?" vroeg Elien.
"Ja," legde Steven uit, nadat hij secuur zijn laatste mosselschelp in een pot had gemikt, "In de zomer van 2003 is hij drie weken vermist geweest. Zijn ouders hadden de politie al ingeschakeld. Bleek dat hij naar Amerika gevlogen was en had rondgehangen in Los Angeles."
"Om wat te doen?" vroeg Yves, die dit verhaal ook nog niet gehoord had.
"Hij zei dat hij er zijn stemplicht mee wilde ontlopen," zei Steven.
Ik wist dat het eigenlijk 'opkomstplicht' was maar zei niks. Ik was nog niet vergeten dat de jongens mij altijd een betweter hadden gevonden.
"Dat is raar, want hij was altijd maar bezig over politiek," zei Elien.
"Hij had wel vaker bizarre redenen voor zijn gedrag," zei Peter, wiens grote ogen lachten, "Zoals die dag dat hij wegliep van school omdat hij geen keeper wilde zijn in de klasploeg."
"Of zijn brief aan dat meisje, dat hij zei dat hij de man van haar leven was," zei Alex. Opnieuw lachte er niemand.
"Hero zei altijd wat hij dacht," zei Lander vanuit zijn hoek, "hij was een soort omgekeerde Midas. Ik weet nog dat we op een ochtend stonden te lullen onder het grote afdak daar, beetje grappen maken en zo voort. En plots," en daarbij imiteerde Lander Hero's nasale timbre, "zegt Hero: 'haha Lander, jij bent een echte humorist en dat maakt alles zo veel beter.' Ik weet niet hoe Hero er telkens in slaagde."
"Soms ging men er toch ook ver over om met Hero te lachen," vond Elien. Ik viel haar bij.
"Ja, met die brief, om maar iets te zeggen, waarin hij ook had gezegd dat hij van de brug over de E17 ging springen als hij haar niet kon krijgen," zei Lander.
"God dat was pijnlijk," zei Karel. Hij slurpte van zijn wijnglas.
"Maar we deden er allemaal aan mee," zei Lander. Zijn gezicht had al de hele avond iets somber, maar nu nog meer. Hij had in de voorbije jaren lijnen onder zijn ogen en in zijn voorhoofd gekregen.
"Ik niet," zei Yves verontwaardigd. Er kwamen nog stemmen van protest. Lander maakte een handgebaar.
"Het is waar, niet iedereen van ons lachte met hem in zijn gezicht. Sommigen deden het achter zijn rug."
"Jij was één van de ergste daarin," zei Steven ongemeen fel. Er ontging me iets. Ik dacht dat Steven en Lander nog steeds vrienden waren, maar er leek iets veranderd in hun houding.
"Dat zou ik niet zeggen. Maar het was ook de reden dat ik niet naar zijn begrafenis ben geweest," zei Lander, "Natuurlijk vond ik het erg dat Hero vond dat hij zelfmoord moest plegen. Maar hij was jarenlang, ook toen we van school af waren, een makkelijk doelwit om moppen over te maken. Alleen lacht er nu niemand meer mee omdat hij dood is."
De stilte die daarop volgde was de eerste pijnlijke stilte van de avond.
"Misschien kunnen we beter een ander onderwerp aansnijden," zei Yves verzoenend, "ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat het jammer is dat Hero hier niet bij kon zijn."
Velen leken dankbaar voor Yves' draai aan de conversatie. Peter bracht een toost uit, eerst op Yves, dan op Hero. Karel volgde haast onmiddellijk, en toen gingen ook alle andere handen de lucht in.
"Tot zo," zei Lander, "ik ga buiten gaan roken."

"Sorry als het mijn zaken niet zijn," vroeg ik aan Lander, "maar komen jij en Steven nog overeen?"
Hij blies nadrukkelijk een straal rook uit. Het regende en waaide hard, dus we stonden onder één van de vele afdaken die het oude schoolgebouw rijk was. Mensen kwamen binnen en buiten in diverse toestanden van dronkenschap en tevredenheid.
"Toch wel. Alleen wat andere richtingen uitgegroeid, zeker."
Ik stak mijn eigen sigaret aan.
"Ik wist niet eens dat jij rookte," zei hij.
"In het middelbaar deed ik het stiekem, op feestjes. Sindsdien doe ik het openlijk, maar ook alleen op feestjes."
"Zo."
Een familie rende door de plassen naar hun auto.
"Het stond in de sterren geschreven dat het niet goed ging aflopen met Hero," hernam Lander het onderwerp van daarnet, "ik was dan ook niet verrast toen Steven mij belde om te zeggen dat hij dood was. Hero had begeleiding moeten krijgen van een therapeut."
"Hm. Had hij geen vrienden?"
Ik kon me alleen maar één woede-uitbarsting van Hero herinneren, die met overslaande stem molenwiekend door de klas zwom en eerder een zielige dan een gevaarlijke indruk gemaakt had.
"Dat is een zeer goeie vraag," zei Lander, "Wij waren zijn vrienden. Dat dachten we graag. Maar in zijn afscheidsbrief heeft hij naar verluidt een pak mensen opgesomd die voor hem allemaal naar de kloten konden lopen. Namen kennen we niet, maar het zou me niet verbazen als we er allemaal tussenstonden. Echte vrienden had hij niet. Dat ze daarna ook nog 'ns al die mensen uitgenodigd hebben voor de uitvaart, dat zegt genoeg. Niemand kende hem echt."
"Niemand wilde dat ook. Hij maakte het zichzelf niet gemakkelijk," zei ik.
"Dat ook," zei Lander, die met zijn ogen een koppel andere rokers volgde die geduldig door de regen stapte.
"Het moet erg geweest zijn voor zijn ouders," zei ik.
"Natuurlijk."
Ik proefde nog altijd de smaak van frieten en wijn in mijn mond door de tabak heen.
"De avond dat Steven belde, had ik net zitten luisteren naar Type O Negative," zei Lander toen, "Ken je die?"
"Je spreekt hier met iemand waarvan Karel nog karikaturen getekend heeft als raaf met paarse lipstick en eyeliner."
Lander lachte.
"Juist. Wel ja, 't is een band waar ik zelden naar luister, maar ik had toevallig een compilatie-cd opgelegd die mijn broer voor me gebrand had, en had het nummer 'I don't wanna be me' op repeat gezet."
"Ah, dat."
Ik vond dat zelf een te poppy, te vrolijk nummer waarin de muzikale kwaliteiten van hun ouder werk helemaal niet in weerspiegeld werden.
"Ja. Je weet dat het over iemand gaat die zelfmoord pleegt."
"Uit de tekst is het niet zo duidelijk," zei ik zelf, "maar het is inderdaad een bizar toeval."
"Wat me het meeste trof, was eigenlijk dat lijntje 'Don't come dressed in black when you're at his wake'."
"... 'Don't go there to mourn, but to celebrate'," vulde ik hem aan met een hoofdknik.
"Precies. Het was toen ook dat ik wist dat ik niet naar die uitvaart zou gaan. Ik héb me inderdaad vaak vrolijk gemaakt over hem. En nu kijkt iedereen nog altijd met een superieure vorm van medelijden op hem neer. Niet mijn ding."
De stilte nu was helemaal anders dan de stilte daarnet. De regen zorgde voor de nodige percussie.
De dubbele deur ging open. Yves, pontificaal als altijd, zag ons onmiddellijk staan.
"Komen jullie terug? We gaan nog dessert eten."
"Dessert is goed," zei Lander.
Ik dacht aan mijn zoveelste dieetpoging, hoewel niemand buiten ikzelf ooit problemen had gemaakt van mijn mollige heupen.
We gooiden allebei onze sigaretten weg, sissend in een plas.
"Kwam je man niet mee?" vroeg Lander.
"Hij is gaan bowlen met vrienden," antwoordde ik, "En jij?"
"Ik heb niemand. Ik ben een vrouwenhater."
"Echt?"
Hij hield de deur voor me open.
"Nee. Ik ben eigenlijk meer een mensenhater in het algemeen."
"Zo goth."
Lander lachte één keer, kort.
"Jij kan het weten."
Binnen was de sfeer aan tafel weer volledig hersteld.