Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling kortverhalen daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Ik ben tijdelijk gestopt met kortverhalen, maar in 2016 heb ik een geredigeerde bundel van de beste verhalen uitgebracht: 'Recombinant' is gratis te downloaden in PDF- en in EPUB-formaat.

vrijdag 11 maart 2011

Desert of the real (II)

2. Tankstation

Berk keek op de kaart.
“Als ik het goed voor heb, dan is het volgende tankstation binnen twee kilometer,” zei Xerox, die met hem mee keek.
“We zijn daarnet inderdaad een bord gepasseerd,” zei Sara, “Maar ik weet niet meer wat er op stond.”
Ze moest lachen met haar eigen vergeetachtigheid.
“Het wordt hier snel warm, als je stilstaat,” merkte Greet op.
“Ik denk dat je gelijk hebt,” zei Berk tegen Xerox, waarop hij zich tot de anderen wendde.
“Wat doen we? Duwen we de auto tot daar, of proberen we iemand te bellen?”
“We gaan tijd verliezen als we wachten op wegenhulp,” zei Tom.
“Met de auto duwen ook,” meende Greet.
“We hebben nog twee volle dagen,” zei Sara, “Dat is toch genoeg? We kunnen –”
“Wegenhulp is te traag hier,” onderbrak Berk haar, “Bij het tankstation is vast wel iemand die ons kan helpen.”
“Weet jij niet wat er scheelt?” vroeg Xerox aan Berk. Hij haalde zijn getatoeëerde schouders op.
“Nee. Ik ben geen automecanicien.”
“Weet jij het niet?” vroeg Greet aan Tom. Tom keek alsof ze hem zonet iets gevraagd had over de ingrediënten van veevoeder.
“Hoe zou ik dat moeten weten? Ik heb nog maar twee maand mijn rijbewijs.”
Het bleef even stil. Er weerklonk een getik van opwarmend metaal. Berk gromde iets en stapte uit. Sara volgde onmiddellijk, dan Xerox, en dan Greet en Tom.

Twee uur later stond Berk, terwijl hij zwetend en gulzig van een flesje koel water dronk, onder een afdak van een stoffig tankstation bij de auto te praten met een werknemer van dat tankstation, die toevallig wel iets kende van auto's. De Amerikaan stond ingespannen te kijken naar de motor, waarbij zijn ogen helemaal onzichtbaar waren in de schaduw van de opengeklapte motorkap.
De anderen zaten even verder op een rijtje, en zeiden niets. Greet lag met haar hoofd achterover tegen de muur van het gebouw, terwijl Xerox hijgde als een hond. Sara zag er nog het minste vermoeid uit van iedereen.
"Al die moeite," zei Tom met een stem als schuurpapier, "Ik hoop echt dat het de moeite waard wordt."
Bij die woorden keek hij naar Xerox, die de bedenker van het hele plan geweest was. Xerox keek hem terug aan met zijn uitpuilende hondenogen, likte over zijn uitgedroogde mond en zei: "Mijn bron was 100% zeker. Ik heb de documenten allemaal bij op papier... en op memory stick."
"Jaja, ik weet het," zei Tom met een handgebaar.
"Kunnen aliens de zon verdragen?" vroeg Sara loom.
Vanop de achtergrond bereikten de stemmen van Berk en de Amerikaan Toms oren.
"Misschien komen ze van de zon, Sara," mompelde Greet. Tom moest in weerwil van zichzelf lachen.
"Het was een serieuze vraag," zei Sara geprikkeld.
"Er kan geen leven ontstaan op of in sterren. Er is geen water," zei Tom.
"Je had in de verhalen van Baxter wel fotinovogels," zei Xerox, "Die leefden in de zon. Leven hoeft niet gebaseerd te zijn op koolstof. Aan de andere kant konden fotinovogels en mensen niet met elkaar communiceren. Dus het lijkt me ook niet waarschijnlijk dat onze bezoekers van een ster zelf zouden komen."
"Misschien leven ze al jaren ongemerkt hier op aarde," zei Sara, "Ondergronds, of vermomd als mensen."
"Dan wel onnozel dat ze ons helemaal naar Arizona laten komen," zuchtte Tom. Greet legde een klamme, vlezige hand op zijn hand. Xerox wilde iets zeggen maar werd onderbroken door het gerinkel van een deurbel. De uitbater van het tankstation kwam naar buiten en ging wijdbeens voor het viertal staan, na een schuine blik geworpen te hebben op zijn werknemer en Berk, die nu beiden half verdwenen waren onder de motorkap van de huurauto.
"You guys look pretty exhausted. You sure you're okay?" vroeg hij met een brede grijns.
"Yes, thank you," zei Xerox.
"So you're all from Belgium, right?"
Hij verwees naar het korte gesprek dat ze gevoerd hadden toen ze met z'n vijven meer dood dan levend de shop waren in gestrompeld. Ook toen had de man de hele tijd een bovennatuurlijke, kamerbrede grijns gehad. Tom vond dat hij er uit zag als een mannelijker, oudere versie van Jake Gyllenhaal.
"Yeah," zei Xerox, allicht omdat de rest niks zei.
"I'm Mack, by the way," stelde de Amerikaan zich toen voor, "What are your names?"
"I'm Tom and this is my girlfriend Greet."
"My name is Peter but everyone calls me Xerox."
"Sara."
Mack knikte genoeglijk en tuurde even naar Route 491.
"You're lucky that we have Luis around here. He knows a thing or two about cars. Arizona ain't the best place in the world for your car to break down on you, you know. You're probably the first tourists I've seen in ten years, and those were a few Germans who had lost their way. These folks thought they were actually in Nevada, can you believe that? Never saw them again, but hope they found their way though."
Mack lachte smakelijk.
"We're going UFO hunting," zei Sara opgewekt.
Tom zuchtte.
"UFO hunting?" herhaalde Mack, waarop zijn grijns nog breder werd, "Well I suppose... New Mexico is really the best place for that, they say, but what do I know? So you reckon there'll be extraterrestrials around here?"
"Yes," zei Xerox terwijl hij naar de grond keek.
"We've arranged a meeting and everything," zei Sara.
"Have you now? Well, tell them I said hi."
Mack lachte weer.
"You don't believe in UFOs?" vroeg Xerox. Macks lach verdween langzaam.
"I've seen a lot of strange things, you know," zei hij, waarop hij zijn broek optrok en opnieuw naar de weg keek langs het tankstation, "so you know, it's certainly possible that there are, in fact, extraterrestrials out there. But I have no idea why they would come to Arizona of all places. I reckon if they came, they'd land in Washington DC or New York or something, or maybe even over there in Europe. But not here. No, the strangest things I've seen here are usually armed robberies, militia gangs who're fighting to keep out the Mexicans, or the weird guys at the motel bar a few hundred miles down the road."
"We hope our information is reliable," zei Xerox.
"Well I sure hope so too, son," zei Mack joviaal.
"You spoke of robberies and people fighting," zei Greet in Engels met een zwaar Vlaams accent, "What did you mean?"
"Oh," zei Mack monter, "The usual stuff. There ain't much to do around here. Lots of Mexicans come here looking for jobs, but when they can't find any, they turn to crime. What the militias are doing to keep them out of the state isn't alright either, let me tell you, but it can be a problem sometimes. But if you keep your head down, you don't run into too much trouble."
"Isn't Luis Mexican?" vroeg Tom, doelend op de magere jongeman die bij Berk stond en nu een grote sleutel hanteerde.
"He is, he is," bevestigde Mack, "He's a good kid. He's got a pregnant girlfriend back in Mexico."
Het viertal verwerkte die informatie even. Hun jacht naar buitenaardsen leek plots overvleugeld door lokale tragedies. Tom hield niet van dat gevoel.
"Why didn't she come with him?" vroeg Sara.
"I don't know. You could ask him, I guess, but he keeps to himself."
Er viel een stilte. Tom nam nog een grote slok water.
"Well, I'll be going back inside," zei Mack toen, "I hope you guys have a safe trip to wherever you're going."
"Thanks," mompelden de vier door elkaar. Mack ging naar binnen.
Nog voor iemand iets kon zeggen, stormde hij al weer naar buiten en drukte hij Xerox een doos in de handen.
"What's that?" vroeg Xerox.
"There's an American eagle in that box. In case you do meet the aliens. Welcome them to America."
Mack terug naar binnen. Xerox keek geamuseerd naar de doos.
"Gekke mensen," mompelde Greet, opnieuw met haar hoofd achterover tegen de muur. Xerox noch Sara zeiden nog iets. Tom deed er dan ook maar het zwijgen toe, en nam voor de zoveelste keer de omgeving in zich op - het blinkende metaal van de luifel die over het tankstation hing, het alomtegenwoordige zand en de droge aarde die licht leek te beven op het ritme van de zon, en Route 491 die naar de reizigers lonkte om hen verder mee te nemen. Hij voelde Greet ademen naast hem. Voor de miljoenste keer vroeg hij zich af of hij echt van haar hield, en voor de miljoenste keer ging hij niet op zijn twijfels in.

Een half uur later waren ze weer onderweg. De zon was al een eind gezakt, en niemand had veel te zeggen gehad, buiten enkele woorden over hoe vriendelijk Mack en Luis geweest waren om hen te helpen zonder er iets voor terug te vragen. Tom vond het confronterend voor zijn eigen vooroordelen over Amerikanen. Door daarover na te denken had hij ook al de hele tijd zin in een hamburger.
"Ik heb zin in een hamburger," zei Xerox plots. Tom lachte.
"Ik ook! Al de hele tijd!"
"Het komt zeker door dat vettig tankstation," zei Greet schamper, "Ik krijg liever geen Creutzfeldt-Jakob."
"Je kan dat al jaren hebben zonder het zelf te weten. Prionen zijn zotte dingen hoor," zei Xerox.
Berk keek sceptisch door de achteruitkijkspiegel naar het drietal op de achterbank. Sara zat vooraan en sliep.
"Er was op de kaart een motel en een wegrestaurant binnen ongeveer 150 kilometer," zei Xerox.
"Mack zei dat het daar vol rare mensen zat," zei Greet sceptisch.
"Het is niet alsof we Norman Bates gaan tegenkomen," riposteerde Xerox, die de kaart al
bovengehaald had.
"Ik heb geen zin om in de auto te slapen. En het wordt donker," mopperde Tom.
"Ik zei het alleen maar, hé. We nemen best een kamer allemaal samen," zei Greet.
Tom voelde eerst teleurstelling opkomen dat hij niet alleen kon zijn met Greet vannacht, maar herinnerde zich ook de laatste keren dat ze seks gehad hadden, wat zijn zin alweer deed overwaaien en zijn gevoel veranderde in opluchting.
"Motels hebben geen kamers voor vijf mensen. Hooguit drie."
"Mannen en vrouwen apart dan," zei Greet resoluut. Tom moest inwendig grimlachen. Berk fronste opnieuw, maar zei niets.

Verder naar deel drie.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten