Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling kortverhalen daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Ik ben tijdelijk gestopt met kortverhalen, maar in 2016 heb ik een geredigeerde bundel van de beste verhalen uitgebracht: 'Recombinant' is gratis te downloaden in PDF- en in EPUB-formaat.

woensdag 14 augustus 2013

De goudvissen (III)

3. De anderen lachten

Christophe had een bevlekte Metro opgepikt van het tafeltje.
“Aan het kijken of je vermeld staat in de Kiss & Ride?” vroeg Sophia.
“Niet echt,” antwoordde hij serieus, “ik had het vervolg op de strip nog niet gelezen.”
“Stripfan?” vroeg Evie.
Christophe knikte met dezelfde ernst, maar zei verder niets omdat hij zijn strip blijkbaar gevonden had.
“Ik kijk elke morgen in de Kiss & Ride maar ik sta er nooit in,” zei Senne, “Jammer.”
“Is dat ook niet een beetje zielig, dat hele concept? Zou dat ooit lukken, dat mensen met elkaar iets beginnen door in te gaan op zoiets?” vroeg Sophia zich luidop af.
Senne haalde zijn schouders op.
“Allicht niet. Maar het is de gedachte die telt.”
“Mja, zo beloerd worden door een vreemde die daarna iets schrijft over de broek die je aanhad, vind ik maar raar,” besloot Sophia.
“Dat valt echt goed mee hoor,” zei Evie opgeruimd, “Je zou eens moeten weten wat je allemaal te lezen krijgt als je een profiel hebt op een datingsite.”
Nu spitste Christophe ook de oren.
“Heb ik dat zo luid gezegd?” vroeg Evie, toen ze de stilte zag en een beetje bloosde.
“Het is toch niets om je in te schamen?” vroeg Senne, “Veel mensen doen het. Het internet is van iedereen hé, ’t is niet dat online dating nieuw is of alleen voor nerds.”
Sophia dacht er het hare van, maar was tegelijk ook nieuwsgierig naar Evie’s verhalen. Voor Sophia leek zo’n profiel een hachelijke onderneming. Ze had het al niet zo voor Facebook, tenzij als ontspanning als er niets anders te doen was, maar het universum dat bevolkt werd door miljoenen digitalen die tweetten, postten en becommentarieerden dat het een lieve lust was – ze stelde zich daar steeds een termietenhoop of een bijenkorf bij voor waar alle diertjes de gezichten hadden van de mensen die ze digitaal moesten voorstellen – kon voor haar even goed Mars geweest zijn. Telkens als ze het gevoel kreeg dat ze er iets mee miste en het probeerde te begrijpen, raakte ze gefrustreerd door het idee dat haar iets ontging wat mogelijk belangrijk was, maar haar niet nodig had om belangrijk te zijn.
“Wat voor berichten krijg je dan?” vroeg Christophe, die het krantje opgevouwd had en teruglegde op het tafeltje. Evie boog zich wat meer voorover naar de anderen opdat toevallige luistervinken niet zouden kunnen horen wat ze zei.
“Wel ja, er was een kerel die direct begon over zijn voetfetisj in een eerste bericht, zo compleet zonder leestekens en hoofdletters, waardoor het precies was alsof hij er alles in één keer uitgooide.”
De anderen lachten.
“Heb je met hem afgesproken?” vroeg Senne.
“Zot. Bovendien ja, ik verstond dat niet, ’t is niet dat er foto’s van mijn voeten op stonden.”
“Misschien stuurde hij dat bericht naar iedereen,” zei Sophia.
“Wat voor berichten kreeg je nog?” vroeg Christophe, die duidelijk het meest geamuseerd was.
“Eh, veel venten van boven de 40 ook, hoewel er op mijn profiel stond dat mijn grens 35 was.”
“Dat vind ik ook al niet zo jong meer,” zei Senne.
Evie ging intussen verder.
“Goh, ook een gast die stuurde dat hij aan het masturberen was. En dan ja, zo’n kerel die een superlang bericht stuurde, ik had er echt compassie mee, maar hij was echt enorm lelijk.”
“Dik?” vroeg Senne.
“Nee, juist extreem mager, en zijn profiel stond vol met allerlei rare hobby’s.”
“Zoals wat dan?” vroeg Christophe, “Naar de mis gaan of zo?”
“Nee, hij was lid van een Star Wars-club en er stond ook iets in over zijn level 50 trol in World of Warcraft of zo. Ik leg het nu slecht uit, maar het was precies of die jongen had nog nooit een lief gehad, en hij was 28 of zo.”
Christophe schaterlachte.
“Jezus.”
“Die mensen hebben ook liefde nodig, zeker,” zei Senne. Sophia vond dat het bitterder klonk dan hij misschien had bedoeld, maar maakte ergens een aantekening in haar achterhoofd.
“’t Zal mijn liefde alleszins niet zijn,” zei Evie, waarop ze zelf moest lachen.
“Maar er zitten toch ook normale mensen op?” vroeg Senne.
“Natuurlijk, maar je moet het kaf van het koren scheiden hé.”
Ze ging terug achterover in haar stoel zitten. Op dat moment kwam de trein ook weer in beweging.
“Wel ja,” zei Senne toen, “ik heb het zelf wel eens overwogen, maar ik denk altijd dat ik er niet klaar voor ben. Dat soort verhalen geeft me ook weinig hoop. Ik wil niet ergens eindigen met m’n ogen uitgestoken door breinaalden van een of andere crazy cat lady.”
Sophia lachte.
“De zotten haal je er zo uit, hoor,” zei Evie wijs.
“De wereld zit vol zotten,” zei Christophe vermoeid.
In de stilte die volgde bleven Sophia’s ogen toevallig op Christophe rusten, en gleden ze toen naar Evie, die allebei uit het venster keken, alsof ze zich aan hadden geboden voor een studie in contrasten. Er leek in Christophes gezicht tevredenheid te zitten, zelfs zelfgenoegzaamheid met de gang van zaken in zijn alledaagse leven en hoewel ze dat geen aangename trek vond, voelde ze afgunst op wat die mysterieuze bron moest zijn van zijn welbevinden, want ze herinnerde zich nu dat hij altijd al zo geweest was: zeker van zijn plaats in het leven, waar hij naartoe ging en met wie hij zich omringd had. Evie, aan de andere kant, had door haar open gezicht de zeldzame combinatie van wereldwijsheid en naïviteit, en Sophia kon zien dat veel mannen dat wel aantrekkelijk zouden vinden, wat haar eens te meer verwonderde over het feit dat ze haar toevlucht had genomen tot online dating. Misschien was ze te veeleisend.
“Kijk eens naar jezelf,” zei een stem in haar hoofd, met precies dezelfde intonatie als die van haar beste vriend, “Je bent zelf al meer dan anderhalf jaar single.”
Ze fronste onwillekeurig. Wat was het dan eigenlijk, dat haar single maakte? Ze probeerde daar niet te vaak bij stil te staan, ook al omdat ze moest bekennen dat ze geen man in haar leven nodig had. Dat toegeven viel haar op een rare manier zwaarder dan als het omgekeerde waar zou geweest zijn.
“Die trein blijft hier maar traag rijden, vind ik,” merkte Senne op.
“Het is altijd wel iets,” zei Christophe.
“Tja, het is een schande dat de spoorweginfrastructuur zo verwaarloosd is,” zei Senne met de boosheid van een midlifer.
“Maar wat kan je eraan doen?” vond Evie.
“Dat is het probleem juist,” pikte Senne daarop in, “Mensen aanvaarden veel te veel. Zolang we het maar genoeg meemaken, vinden we slechte dienstverlening normaal, net als dat we bijvoorbeeld dat overwerken normaal vinden.”
“Een perfecte wereld is ook niet mogelijk,” zei Christophe.
“Als we daar niet naar gestreefd hadden, leefden we nog altijd in grotten.”
Dat argument klonk Sophia zinnig in de oren, maar leek op Christophe weinig indruk gemaakt te hebben.
“Akkoord, maar op een bepaald moment moet je vooruit met iets dat goed genoeg is. Perfectionisme kan even erg zijn als nietsdoen.”
“Zo raak je ook vast in een mijnenveld van definities,” vond Sophia, “Ik zou ook wel willen dat de treinen stipter waren. Ze hoeven niet perfect op tijd te rijden.”
“Elke dag één minuut vertraging zou ik gerust aanvaarden,” zei Senne.
Christophe maakte een handgebaar. Het landschap was intussen weer aan hoog tempo beginnen voorbijrazen, en Sophia herkende al een aantal van de straten en wegen waar de trein elke dag langs ploegde. Alles zag er nat uit.
“Of twee weken minder regen op een jaar,” zei Evie.
“Daar kunnen wij niets aan doen,” zei Senne ernstig.
“Verhuizen,” stelde Sophia voor.
“Ik heb het overwogen,” bekende Christophe, “want slecht weer, dat word ik toch echt niet gewoon.”
“In warme landen is de dienstverlening meestal nog slechter,” zei Senne onheilspellend.
“Ja, maar dat is jouw probleem, niet het mijne,” zei Christophe welgemutst.
“Goh ja, misschien word ik binnen tien jaar steenrijk en kan ik me een privéchauffeur betalen.”
“Als Belfius nog bestaat,” zei Sophia.
“Ik kan ook de Lotto gewonnen hebben,” zei Senne met opgeheven vinger.
“Speel jij met de Lotto?” vroeg Evie.
“Nee.”
Iedereen lachte.
“Ik wel,” zei Sophia, “samen met een paar vrienden.”
“Ooit al iets gewonnen?” vroeg Christophe.
“Eén keer €500. Daar zijn we goed van gaan eten.”
“Mmh.”
“Ik zou niet weten wat ik zou doen als ik echt Euromillions zou winnen of zo,” zei Evie.
“Ah, ik wel!” zei Sophia, “Een huis kopen, een auto kopen, veel op de bank zetten en een jaar feesten.”
“Een jaar?” herhaalde Christophe ongelovig, “Zou dat wel lukken?”
“Niet laten merken dat je veel geld hebt, hé,” zei Sophia.
Christophe knikte en glimlachte.
“Natuurlijk. Slim.”
“Zou dat niet vermoeiend worden, elke dag feesten?” vroeg Senne zich af.
“Mja. Misschien.”
Ze wist echter dat het antwoord ‘ja’ was, vooral nu ze zich sluipend zorgen begon te maken dat haar weekends zo goed op elkaar waren beginnen lijken. De clubs, de vrienden, de mensen. Het barpersoneel dat haar voorkeuren al lang kende op het gebied van mixers en cocktails. Het was meer dan een gewoonte. Ze amuseerde zich zeker nog, maar ze had tegelijk het gevoel dat ze elk weekend staarde naar een fata morgana. Misschien wilde ze gewoon dat er iets buitengewoon zou plaatsvinden en was het daarom dat ze elke keer uitging tot vijf uur ’s ochtends, maar behalve de willekeurige nachtcharmeur of iemand met een gek verhaal, gebeurde dat nooit.
“Je kan elke dag van het jaar een ander thema nemen,” opperde Senne.
“Dieren van de boerderij,” stelde Evie voor.
“Ja, of voetfetisjisten,” zei Senne met een knikje richting Evie.
“Ik heb weer wat gezegd, blijkbaar,” zei ze.
“Je kan het ook niet helpen dat je zo’n leuke voeten hebt,” zei Sophia geruststellend.
“Ik zei toch al dat er geen foto’s van mijn voeten op stonden!”
Ook dat bleek een beetje te luid gezegd.

Verder naar deel vier.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten