Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling kortverhalen daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Ik ben tijdelijk gestopt met kortverhalen, maar in 2016 heb ik een geredigeerde bundel van de beste verhalen uitgebracht: 'Recombinant' is gratis te downloaden in PDF- en in EPUB-formaat.

maandag 25 maart 2013

Einde (I)


1. Niets nieuws onder de zon

De eerste aanzet van de schemer maakt zich kenbaar, maar dat is geen aanleiding voor de mensen die lui in het gras liggen, op dekentjes en met radio's, om naar huis te gaan. Het is een warme zomeravond. Met ons drieën wandelen we over de paden van het park. Ik slenter een beetje achter Jelena en Frank aan.
"Gaan we te snel?" vraagt Frank, die zich met een kwartslag omdraait. Zijn indrukwekkende neus snuift licht spottend.
"Jongens toch, het is wàrm. We hebben net gegeten. We moeten nergens heen."
"Dina heeft gelijk," zegt Jelena, die nu Frank aankijkt, "Het is geen wedstrijd snelwandelen."
Frank wacht een tel en wandelt dan tussen ons in aan een trager tempo. Ik ben blij dat Jelena me consequent Dina blijft noemen - mijn werkelijke naam vind ik vreselijk.
"Het zal wel goed zijn om het eten te doen zakken, zeker?" zegt Frank, terwijl hij op z'n buik klopt, die iets dikker is dan toen ik 'm laatst zag. Frank heeft een winterkop, en de zomer lijkt hem niet zo te bevallen.
"Absoluut," zegt Jelena opgewekt.
"En grote fysieke inspanningen leveren na de maaltijd is niet gezond, ook," voeg ik eraan toe. Ik voel me een reuzin tegenover Jelena en kom bijna op gelijke hoogte met Frank.
"Dat is een mythe, denk ik," zegt Frank nu, terwijl we een flauwe bocht nemen in de schaduw van een paar bomen, "al is er naar 't schijnt een oudovergrootvader van mij op die manier verdronken in de Schelde. Hij ging zwemmen na het eten, werd onwel en zo... Tja. Dat is wat ze zeiden."
"Zwemmen in de Schelde. Zouden we dat nu niet kunnen doen?" vraagt Jelena.
"Superkoud, volgens mij," zeg ik.
"Ik zou ook verdrinken," zegt Frank, "Ik ben nooit goed geweest in zwemmen."
"Het is tenminste een originele manier van doodgaan. In de Schelde springen en hup," zegt Jelena.
"Verdrinken schijnt inderdaad nog mee te vallen," zeg ik met een frons, terwijl ik uit een ooghoek zie hoe een groep jongens ons aangaapt, "Als je longen vollopen met water, voel je niets meer."
"Ja, maar er is altijd die eerste doodstrijd," zegt Frank, die een sigaret opsteekt, "die paniekreactie die je automatisch hebt. Dan zou ik toch liever anders aan mijn einde komen."
"Hoe dan?" vraag ik.
"In mijn slaap of zo."
"Dat is zo cliché," zegt Jelena, waarbij ze de laatste lettergreep lang laat hangen, "kom Frank, ik ben je creatiever gewoon. Bijvoorbeeld een gasexplosie, wat denk je daarvan?"
Frank glimlacht maar zegt niets.
"Hoe gaat het nog met Sven?" vraag ik aan Jelena in de stilte die erop volgt.
"O, dat is alweer een maand gedaan hoor," zegt ze luchtig, "uiteindelijk bleek hij toch wat te dom te zijn voor mij."
"Hm."
"Doe je dat nog vaak, je dates hier mee naar het park nemen?" vraagt Frank.
"En met de honden van het asiel gaan wandelen? Natuurlijk. Altijd een winnaar, dat idee," zegt Jelena.
Soms bewonder ik Jelena's vasthoudendheid aan haar losse relaties, die telkens volgens hetzelfde patroon verlopen. Ooit vond ik het een beetje triest dat ze altijd in dezelfde val leek te trappen, maar door haar de laatste twee jaar minder vaak te zien, ben ik er anders over beginnen denken. Het houdt haar levendig en het is een vrolijke vorm van zelfbedrog die ze nodig heeft - deze keer wordt het anders, 't is de ware, het zal voor altijd zijn.
"En bij jou?" vraagt Jelena aan mij.
"Niets nieuws onder de zon."
"Hier ook niet," zegt Frank, "intussen al anderhalf jaar."
"Anderhalf jaar zonder seks?" vraagt Jelena ongelovig.
"Mmh. Dat niet. Maar hoe minder ik daarover vertel, hoe beter."
Ik denk terug aan de avonden, vroeger, hoe we met ons drieën uitgingen en de onnozelste dingen zeiden en deden. Frank en Jelena belandden zelfs ooit in bed met elkaar.
"Trouwens," zegt Frank nu, terwijl we terug in het volle zonlicht komen, "over de dood gesproken, daarjuist. Neem nu dat de wereld gaat eindigen. Laat ons zeggen, binnen drie dagen. Het is onherroepelijk en iedereen zal doodgaan. Wat doen jullie?"
"Het is prachtig weer, en jij denkt aan de apocalyps," zeg ik.
"Ik denk altijd aan de apocalyps," zegt Frank, maar hij ziet me vanuit zijn ooghoek glimlachen.
"Wel, beantwoord dan misschien eerst je eigen vraag," zeg ik. Jelena valt me bij. Frank knort en gooit zijn sigaret weg.
"Jij rookt nooit je sigaretten volledig op," merkt Jelena op. Frank haalt zijn schouders op.
"Als het te warm is, warmt de filter mee op. Zeer onaangenaam."
Jelena schudt haar hoofd en kijkt even achterom naar de nasmeulende peuk. Ik denk eraan dat het jaren duurt eer zo'n filter volledig vergaat.
"Goed dan. Ik zou eerst," begint Frank, "mijn beste vrienden contacteren om te zeggen dat hen graag zie. Dat lijkt me niet meer dan logisch. En mijn familie ook."
Ik grimas onwillekeurig. Ik zou m'n familie nooit bellen.
"Daarna... allicht elke vrouw waar ik van denk dat ik er wel eens seks mee zou kunnen of willen hebben, opbellen."
"Zijn wij daar ook bij?" vraagt Jelena. Het is een totaal ongepaste vraag, maar ik denk er natuurlijk ook aan.
"Uiteraard."
Ik weet nu al dat ik nee zou zeggen. Ik ben niet in staat Frank als een volledig seksueel wezen te zien.
"Afhankelijk van m'n succes daarmee, zou ik me nadien compleet lamzuipen."
"Wil je het einde van de wereld dan niet bewuster meemaken?" vraag ik.
Frank haalt de schouders op.
"Het zal toch overroepen zijn, wat het ook is. Het is ook niet omdat ik stomdronken ga zijn, dat ik het niet zal meemaken, want slapen zal er ook niet in zitten."
Er valt weer een stilte. Vanop een heuveltje klinkt reggae. Verderop voetballen drie jongens en een meisje.
"Nu jullie," zegt Frank, "Wie eerst?"
Jelena en ik kijken elkaar even aan. Ik knik haar toe dat zij maar moet praten.



Verder naar deel twee.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten