Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling kortverhalen daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Ik ben tijdelijk gestopt met kortverhalen, maar in 2016 heb ik een geredigeerde bundel van de beste verhalen uitgebracht: 'Recombinant' is gratis te downloaden in PDF- en in EPUB-formaat.

vrijdag 31 januari 2014

Het Arcturus-project (IX)

REGELS VOOR PODGEBRUIK

- Na u komen nog andere trekkers. Hou de pod schoon en verzegeld.
- Indien u merkt dat iets stuk is en u kan het maken, helpt u daar ook anderen mee.
- Data-infestatie? Haal er een pro bij. Probeer zelf geen onveilige data te ontmijnen.
- IJsvorming voor de ingang kan dodelijk zijn. Opgepast!
- Vergeet vooral niet te genieten, en maak het gezellig.


9. Iskander-pod, Dome Circe, Joegokraïna

Henry Bei zat in een benarde situatie. In de pod waar hij zich schuil hield, op aandringen van zijn halfbroer, zat hij namelijk niet alleen met zijn vriendin Selene. In de hoek van de kamer zat, geboeid met een klimtouw, de CEO en oprichter van Omn¡tek, Osvald Nørkjell. Ze hadden hem enkele honderden meters buiten de pod gevonden, bijna dood en zwaar onderkoeld. Hij was nu al enkele uren terug bij bewustzijn, maar had niet veel gesproken.
Henry wist wat Walther was te weten gekomen - dan nog door een onbedoelde tip over de kunst waar Henry mee was bezig geweest voor Nørkjell. Ze hadden toen een lange, verhitte discussie gevoerd, maar de overredingskracht van Walther had hem er uiteindelijk van overtuigd dat hij gelijk had. Bovendien had over dat gesprek de schaduw gehangen van hun overleden broer, die nu misschien nog zou leven als hij zelf naar de waarschuwingen had geluisterd van zijn vrienden en familie. Daardoor waren Selene en hij hals over kop vertrokken naar een atox-pod die niet op de kaart stond, diep in het territorium van Joegokraïna. Selene had het niet leuk gevonden, maar was sneller dan Henry gekalmeerd toen ze uiteindelijk op weg waren gegaan over de uitgebreide ijsplateaus van het continent.
Antarctica was bezaaid met pods: kleine, gezellige schuilplaatsen voor trekkers en wandelaars, soms ook illegale smokkelbunkers of hoofdkwartiertjes van politieke radicalen, maar die waren meer mythe dan werkelijkheid. Henry kende het podsysteem goed. Als student had hij er vaak gebruik van gemaakt. Ze waren gratis, en elke trekker was verantwoordelijk om ze zelf terug aan te vullen. Daardoor puilden sommige pods uit van onbederfbaar voedsel in blik of voer voor sleehonden. Andere pods hadden dan weer stapels antieke boeken liggen, of rondzwervende datamodules die de inzichten moesten delen van vorige gasten. Niet deze pod, dus, de Iskander-pod. Alleen enkelingen wisten hem liggen.
Selene en Henry hadden zich aanvankelijk geïnstalleerd met thee, dekens en een paar oude series, en hadden geprobeerd niet te denken aan wat zich bovengronds kon afspelen, ver weg van hen, in de kuststeden en hun tunnels. Dat was aardig gelukt, tot dat het alarm was af gegaan.
"Meneer Bei."
Nørkjell glimlachte gepijnigd en keek naar het plafond. Ze hadden hem in een zetel in de hoek van één van de vier kamers van de pod gezet, bij een snelverwarmer, onder een wierrookverspreider. Hij zat in lichtblauw licht.
"Een van mijn favoriete uitspraken is dat toeval niet bestaat. Alles is logica, ook al verstaan we die zelf niet," ging hij verder toen Henry niet reageerde. Hij voelde zich zwaar in zijn stoel. Selene keek hem aan, maar hij ging niet in op haar blik.
"Zonder u was ik nu dood en zonder mij zat u hier niet. Wees gerust, hier eindigt het allemaal voor mij," zei Nørkjell, die nu traag van Selene naar Henry keek, om zich tenslotte tot Selene te richten.
"We hebben elkaar nog niet ontmoet. U bent de partner van meneer Bei, neem ik aan."
Selene knikte.
"Behandelt hij u goed?"
"Wat voor een vraag is dat?"
Nørkjell glimlachte die verweerde glimlach van hem waarmee hij op covers en raamafbeeldingen stond van de financiële pers, en in de context van de pod ongepast leek.
"Vergeef me," zei hij, "Ik neem aan van wel. U bent vast allebei goede personen. De meeste mensen denken dat van zichzelf. Weinigen zijn het. Ik heb altijd geprobeerd om een goed persoon te zijn, wat niet gemakkelijk is als je een bedrijf leidt. Je moet mensen soms ontslaan en beroven van hun inkomen, je moet actie ondernemen tegen concurrenten, of contacten onderhouden met ondernemers, banken en klanten die enkel uit zijn op hun eigen winst."
Henry vouwde zijn armen over elkaar.
"Of je eigen personeel laten ombrengen," zei Selene.
Nørkjell liet iets varen van zijn rust en schampte.
"Je ontkent het niet?" vroeg Selene.
Henry leunde achterover. Selene Jensen was een compacte vrouw met opvallende grijze ogen, en iemand die mensen niet snel vergaten. Ook Konrad was altijd gesteld op haar geweest.
"Nee. Ik voel minder wroeging over hun dood dan over de impact van mijn bedrijf op het milieu. Die onderzoekers en agenten waren allemaal mensen die zelf aan die impact meewerkten, vrijwillig. Bovendien, het waren ook allemaal mannen."
Henry trok zijn wenkbrauwen op maar zei nog steeds niks. Hij zat met zijn gedachten bij Walther en die agente waar hij over gesproken had maar op wiens naam hij niet meer kon komen.
"Wat heeft dat er mee te maken?" vroeg Selene.
Nørkjell rechtte zich. Henry zag hoe de spieren van zijn pezige, sterke schouders zich opspanden.
"Kent u de Mannenvrienden?"
"Ja. Die zotten."
Nørkjell keek naar Henry, die gewoon knikte.
"Bent u het eens met hun standpunten?" vroeg hij aan Henry.
"Nee. Het zijn extremisten."
"Maar vindt u ook niet dat het onrechtvaardig was dat enkel mannen moesten boeten bij de sterilisatie? U bent toch geen geweldpleger of een verkrachter?"
"Dat had er niets mee te maken," mengde Selene zich weer in het gesprek.
"Dat weet ik," zei Nørkjell, "En dat weet u. Maar kijkt u eens naar de geschiedenis. Massamoordenaars, psychopaten, lustmoordenaars, verkrachters, fraudeurs, dieven, geweldplegers, folteraars, terroristen: voor 90% of meer, mannen. Allemaal."
"U bent zelf een man," zei Henry.
"U ook. U kent ze, net als ik. De ijdele praat. De verheerlijking van domheid en brute kracht," grijnsde hij, "We hebben er mee op school gezeten, elke dag mee geluncht, hen op het internet gezien, in de constante stroom van reclame die ons omzwermde op straat en in stations. Wij zijn uitzonderingen, meneer Bei, maar we zijn geen voorhoede. Er wordt niet geluisterd naar ons. Die mannen - de meerderheid - die... patriarchie, die wint altijd. Dat is al meer dan 3.000 jaar de trieste constante in de menselijke geschiedenis."
"En daarom onmiddellijk maar alle mannen uitroeien? Ook mannen als Henry?" vroeg Selene.
"Niemand maalt om omstaanders die sterven als het is in een rechtvaardig conflict dat zich ver van hun bed afspeelt. Of zat u soms in tranen de Cascadiaanse Oorlog te volgen?"
Selene zei niets meer en ging thee halen. Henry wist dat ze stoom ging afblazen.
"Ik begrijp iets niet," zei Henry toen.
Nørkjell keek op. Hij zag er sinister uit, als een lijk dat al dagen onder het ijs had gelegen, maar Henry dwong zichzelf om hem aan te kijken.
"Waarom dan met Omn¡tek al die geneesmiddelen maken, en al die gadgets die mensen geholpen hebben in het leven? Uw klanten waren ook mannen. Als u mannen wilde uitroeien, waarom hen dan eerst helpen? Waarom heeft u uw geld en invloed niet gebruikt om in de politiek te gaan, of om onderwijsinstellingen te bekostigen? Uw concurrenten deden het wel."
"Wie zegt dat mijn uitroeiingsmiddel werkt?"
Henry was van zijn stuk gebracht.
"Maar... als het niet zou werken, waarom uw eigen medewerkers laten uitschakelen? Waarom is het leven van Walther dan in gevaar?"
"Dat heb ik al uitgelegd. Pionnen. Als ik echt massamoord had willen begaan, had ik enkel clichés bevestigd waar ik me zo tegen verzet, al geloof ik nog altijd dat de wereld een betere plaats zou zijn zonder ons. Maar met de onthulling die nu op handen is, en de paniek en de wanorde die het zal genereren, sla ik verschillende vliegen in één slag. Een wekenlang debat, meer agressieve acties van de Mannenvrienden, een onderzoek naar de onaantastbaarheid van de conglomeraten, een terugblik op de geschiedenis."
"En u?"
"Ik had er al niet meer moeten zijn."
Henry schudde zijn hoofd en stond op.
“U bent intelligent genoeg om te weten dat ik een punt heb.”
“Er is toch al vooruitgang geboekt?” probeerde Henry.
“Hoe? Stemrecht, dat sinds 1950 in zeventien staten weer werd teruggedraaid en maar in zes nieuwe ingevoerd werd. Geweldstatistieken golven op en neer maar duiken nooit onder de 17%. Moet ik nog meer cijfers meegeven? En dan heb ik het ook nog niet over geweld van mannen op andere mannen, mannen zoals u, die gevoeliger zijn en niet noodzakelijk beantwoorden aan het ideaalbeeld.”
Henry schudde opnieuw zijn hoofd.
“Van geweld heb ik weinig last gehad,” loog hij.
“Ach. Dat komt goed uit.”
Henry draaide zich om.
“Ik ga even naar de keuken.”
Nørkjell zei niets meer.

Verder naar deel tien.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten