Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling kortverhalen daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Ik ben tijdelijk gestopt met kortverhalen, maar in 2016 heb ik een geredigeerde bundel van de beste verhalen uitgebracht: 'Recombinant' is gratis te downloaden in PDF- en in EPUB-formaat.

woensdag 22 januari 2014

Het Arcturus-project (I)

Antarctica (Gemenebest van Antarctica)
 

Hoofdstad: McMurdo (Transantarctica)
Inwoners: 18 miljoen
BNP: 3,925 miljoen EUD
Jaar van onafhankelijkheid: 2091
Deelstaten:
•    Amundsenfederatie (2091)
•    Rothera (2091)
•    Orcada (2103)
•    Transantarctica (2091)
•    Noord-Ellsworth (2091)
•    Zuid-Ellsworth (2091)
•    Getz (2091)
•    Nova Joegokraïna (2097)
•    Zhongshang (2103)
•    Enderbyland (2091)
•    Nesami Vrijstaat (2125)
Staatshoofd: Commissaris-generaal Cao Christina Wedell
Motto: ‘Ut frigidus domus’
MOD: 1.8 (#9)

1. McMurdo-Centraal, McMurdo, Transantarctica 

Walther had het altijd moeilijk om niet in slaap te vallen op het openbaar vervoer. De stilte en duisternis van het Transanta-Tunnelnetwerk, plus de tijdstippen waarop hij reisde, lang na het spitsuur maar ruim genoeg voor de middaggekte, maakten ook dat het in de wagons van de TT altijd spookachtig rustig was. Hoewel hij het zich eigenlijk zou kunnen veroorloven om te dutten, aangezien de laatste halte van de TT ook Walthers halte was, vond hij half slaperig uit een wagon stappen en in de verkleurde warmte van McMurdo-Centraal zijn weg vinden, zo onaangenaam dat hij liever niet sliep.
Terwijl de dooraderde, lichtblauwe tunnels vervaarlijk dicht langs de vensters van de TT scheerden, nam Walther zijn emails door. Er zat er één bij van zijn stiefbroer Henry, die aan de andere kant van het continent zat in Shackleton, met de veelbelovende titel ‘Samenzweringstheorie!’. De letters rolden voorbij in de schaduw van zijn eigen gezicht op het tabletscherm. Henry en Walther hadden weinig gemeen, maar hadden allebei een voorliefde voor onnozele samenzweringstheorieën, en als er één volk was dat als geen ander hield van een sappige samenzwering, dan waren het wel de Antarcticanen.
Het was deze keer geen theorie over buitenaardse wezens die ingevroren ontdekt waren op de Zuidpool, maar over het bedrijf Omn¡tek, één van de grootste werkgevers van het Gemenebest. Het artikel beweerde dat de antizwaartekracht-technologie waar het bedrijf momenteel aan werkte, de kern van de Aarde zou doen stilvallen via één of andere ingewikkelde interactie met het magnetisch veld. Walther las de paragrafen met een stijgende geamuseerdheid terwijl de tunnels hun gedimde lichten nu en dan naar binnen strooiden door de treincoupé.
“Volgende halte: McMurdo-Noord.”
Dat was de voorlaatste. Walther bleef even hangen bij de afbeelding die aan het artikel was toegevoegd: een dwarsdoorsnede van de Aarde met een kern die lekte als de dooier van een te zachtgekookt ei. Hij sloeg de afbeelding op met een kort vingergebaar en las verder. Toen hij bijna op het einde van het artikel was, kwam er een ping in zijn binnenoor. Het was Henry zelf, die belde.
“Hoi Henry,” zei Walther, “Ik had net je artikel gelezen.”
“Wat vond je ervan?”
“Niet slecht. Niet van dezelfde kwaliteit als dat over dat buitenaards DNA, maar niet slecht. Waar heb je het gevonden?”
“Je moet de rest van de site maar eens bekijken,” kwam Henry’s stem terug, “Ze staat vol met dat soort onzin.”
Walther ging naar de hoofdpagina en werd overspoeld door allerlei schreeuwerige koppen. Er was iets bij over helende kristallen en verboden wapentuig, en ook was er een artikel dat beweerde de ‘echte waarheid’ te hebben uitgevist over wat er gebeurd was op Deimos.
“Hoe vind je die dingen toch?”
“Het voordeel van gekke vrienden, zeker,” zei Henry.
Walther trok een cirkel in tegenwijzerszin met zijn wijsvinger, en de tablet sloot zichzelf af. Hij leunde in zijn stoel achterover en keek door het venster. De tunnel was iets breder geworden, maar de regelmatige afstand van de lichten was dezelfde.
“Zeg eens, waarom bel je?” vroeg Walther toen, “Ik zit op de trein naar m’n werk.”
“O, sorry, stoor ik?”
“Nee, ik zit alleen in de coupé.”
“Gewoon zomaar hoor. Ik zit tussen twee projecten in en verveelde me.”
Henry Bei was een tekenkunstenaar die regelmatig opdrachten deed voor Antarcticaanse bedrijven, die blijkbaar lang geleden besloten hadden dat het chique was om als mecenas op te treden voor kunstenaars. Walther vond veel van die kunst maar dubieus van aard.
“Heb je dan uitzicht op een nieuw project?” vroeg Walther.
“Ja, voor Omn¡tek zelfs,” zei Henry, “Het moet iets collaboratief worden, denk ik.”
“Weet je wie er nog aan meewerkt?”
“Nee. Ik sta onder geheimhouding.”
“Typisch Omn¡tek. Zo raken ze ook nooit verlost van dat imago en het soort theorieën dat over hen de ronde doet.”
“Het is hun eigen keuze,” zei Henry onverschillig.
De trein hield halt. Door het venster was in grote, schreefloze letters het bord met ‘McMurdo-Noord’ zichtbaar, en vier voetgangerstunnels die leidden naar de laadnissen, roltrappen en kleine winkels. Er stapte niemand op.
“Hoe gaat het met jou? Ik dacht dat jij bezig was aan een studie voor Nanxiang?” vroeg Henry toen.
“Dat was vorige maand, en ik ben nog altijd kwaad op die gasten. Ze trokken bewust de totaal verkeerde conclusies uit mijn rapport.”
Walther werkte als ecomath bij een groot onderzoeksinstituut dat verbonden was met de Universiteit van McMurdo. Regelmatig voerden ze studies uit voor grote bedrijven of politieke groepen. Nanxiang was een metaalbedrijf dat mijnen uitbaatte in Oost-Antarctica.
“O. Wat voor conclusies dan?”
“Wel, ze gebruikten mijn voorspellend model niet om aan te tonen dat ze met hun expansie moesten oppassen om het permafrost niet verder te beschadigen, maar juist om te zeggen dat de schade nog zou meevallen en dat ze daarom wel hun aantal mijnen konden uitbreiden.”
“Typisch,” zei Henry laatdunkend. Walther wist dat het zinloos was de wiskunde van zijn model uit te leggen. Het interesseerde Henry wel, of hij zou het alleszins veinzen, maar hij zou er niets van verstaan hebben. Dat nam hij hem ook niet kwalijk, want van sommige van Henry’s best gewaardeerde tekeningen begreep Walther ook niet wat kunstcritici er zo fantastisch aan vonden.
“Maar goed, gebeurd is gebeurd en ik ben betaald,” zei Walther, terwijl de trein weer in beweging kwam. Een teller aan het eind van de coupé schatte dat het nog vier minuten was eer ze McMurdo-Centraal zouden bereiken.
“Nu ben ik toevallig genoeg ook bezig met iets dat met Omn¡tek te maken heeft,” zei hij, “maar niet met antizwaartekracht. Als ik het goed versta gaat het over het effect van een nieuw geneesmiddel. Het is vooral veel data en veel modelleren.”
“O. Zie maar dat ze je email al niet aan het afluisteren zijn.”
“Zeg. Ik heb een atox-verbinding. Voor wie hou je me?”
Henry lachte.
“Juist, ik was vergeten hoe paranoïde je was.”
“Wel, ik geloof tenminste niet dat er nog altijd nazi’s zitten onder Nesami.”
“Met robot-Hitler.”
Walther grinnikte. Die samenzweringstheorie ging al mee van voor de dagen dat Antarctica permanent bewoond geweest was, en was intussen zo bekend dat Hitler bijna evenzeer een deel was geworden van de Antarcticaanse geschiedenis als van de Europese.
“Inderdaad. Maar robot-Hitler, mijn halte komt in zicht. Ik ga je moeten laten,” zei Walther.
“Ok, geen probleem. Tot later!”
Henry sloot af. Walther was dankbaar dat Henry zich nooit uitliet in platitudes als ‘prettig om je nog eens te horen’, ‘is je dag fijn geweest?’, of zeurde dat ze elkaar niet vaak hoorden. Het hielp dat ze grootgebracht waren door een pragmatische vader die er het beste van moest maken, en dat ze elk met hun moeders hun eigen katjes te geselen gehad hadden. Daardoor hadden noch Walther, noch Henry veel waarde gehecht aan sentimentaliteit.
“Volgende halte: McMurdo-Centraal.”
De mededeling werd herhaald in vijf andere talen.
De tunnel was nu geen tunnel meer, maar een ondergronds paleis, flonkerend als in een holo. Treinen gingen af en aan over tientallen sporen, en het lawaai van McMurdo-Centraal begon door te dringen tot in de coupé waar hij zat. Onwillekeurig volgde hij de baan van een trein die hoger klom door de zaal, om allicht zijn weg naar buiten te zoeken, mogelijk in de richting van Pegasus.
Ook de onvermijdelijke reclame dwarrelde door de hallen, maar dankzij zijn atox-verbinding was er geen enkele die hem persoonlijk trachtte aan te spreken. Even bleef hij hangen bij een holobord van Omn¡tek, die erom bekend stonden nooit persoonlijk consumenten aan te spreken. Er stond ook maar één zin op: ‘nu is niet gisteren’. Walther rolde met zijn ogen en zonk weer in zijn stoel, om tenslotte zijn tablet op te bergen en diep adem te halen. Het zou weer een lange dag worden.

Verder naar deel twee.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten