Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling kortverhalen daarvan. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Ik ben tijdelijk gestopt met kortverhalen, maar in 2016 heb ik een geredigeerde bundel van de beste verhalen uitgebracht: 'Recombinant' is gratis te downloaden in PDF- en in EPUB-formaat.

vrijdag 13 januari 2012

Ungesicht (VI)

6. Balkonscène

Irina ademde diep in en sloot haar ogen. Een nijdige wind speelde door haar haar. Ze keek van op haar smalle, kleine balkon uit over de straat beneden, waar buiten af en toe een late fietser, geen enkele beweging en geen enkel geluid te bespeuren was. Al vijf minuten stond ze een sigaret tussen haar vingers te draaien alsof het een miniatuurversie was van een majorettenstok. De officiële naam van de discipline was twirling, een weetje dat automatisch kwam bovendrijven in haar hoofd. Ze keek naar haar gsm en las opnieuw de enige twee berichten in haar inbox. Eén bericht was van Hanna, om te zeggen dat 'l'Ascenseur' vanavond niet openging omdat de baas er geen zin in had en dat ze allemaal uitgingen naar de 'Scurvy', een ander bericht was van Gert, en een fors pak langer. Gert was een ex-lief dat aan het begin van hun relatie alle positieve kanten waar Irina op kon vallen op paradoxale wijze in zich verenigd had, en op het einde alle mogelijke negatieve kanten waar ze op af kon knappen verzameld had op dezelfde paradoxale manier. Ze vroeg zich af waarom een bericht van hem krijgen haar nog steeds zo van de kaart bracht, en verweet zichzelf haar emotionele reactie. Hij hoorde niks meer te betekenen, hij moest al lang een jammerlijke maar nauwelijks zichtbare vetvlek op een toog geworden zijn en ze vond zichzelf veel te oud geworden om zich nog aan te trekken wat hij over haar dacht, laat staan waar hij mee bezig was.
Irina besloot uiteindelijk toch de sigaret aan te steken. Door de stilte op straat klonk de ontsteking van de aansteker bevredigend luid, en kon ze zelfs horen hoe de eerste kleine strengen tabak aan het uiteinde van de sigaret begonnen te branden. Zo hoorde het.

Er was een gevecht uitgebroken. Irina was niet bang. Een ratachtige student die niet echt in 'l'Ascenseur' paste, had blijkbaar ruzie gezocht met de domst uitziende kerel in de hele bar, die een hoekige schouderpartij had waar links het woord 'bouwwerf' en rechts het woord 'fitness' in leken gebeiteld. De student was dronken of stoned, en had helemaal niet verbaasd gekeken toen hij de eerste klap geïncasseerd had.
"Is het weer zover?" vroeg Hanna, terwijl beide vrouwen vanachter hun toog toekeken hoe Malik en John tussenbeide kwamen. De student brulde een onverstaanbare belediging. Mensen kozen partij. Irina koos nooit partij. Wie vocht, had al op voorhand verloren. Wie een gevecht zocht, kon er altijd wel een krijgen, en dat begreep Irina niet. Zelfs in haar donkerste, meest teruggetrokken momenten had ze er nooit aan gedacht om zich volop in de drank, drugs, mannen of het geweld te storten. Ontbrak er bij sommige mensen een vorm van lijfsbehoud? Of overstemde de leegte de pijn die ze dachten te voelen bij hun eigen vernietiging?

Door de maanden die ze er al gewerkt had en rondgezworven had door de Overpoort, was de connectie met Gert vervaagd, maar nu lichtte ze weer op als een kruimelspoor van deur tot deur, bar tot bar. Gert was plots verschenen, niet op de manier dat iemand op de scène kan arriveren en al van elders in brand lijkt te staan van energie en verlangen, maar op een evidente manier, alsof een man als hij er in feite al de hele tijd geweest was, maar er toen pas voor had gekozen om zich aan Irina kenbaar te maken. Hij was de perfecte mengeling geweest van knap genoeg en toch persoonlijk getekend, pezig zonder uitgemergeld te zijn, intens zonder manisch te zijn, en hij had van meet af aan alleen maar oog gehad voor haar. Hij maakte muziek, kende mensen. Hij veroverde zonder te hard te willen.

De student werd buitengegooid en de breedgeschouderde bouwvakker werd door zijn maats gekalmeerd. De rust keerde langzaam terug.
“Drie pinten,” zei één van zijn vrienden kordaat. Irina gebaarde naar Hanna dat zij de bestelling wel zou nemen. Ze ging verder op haar eerder gedachtespoor. Het waren meestal mannen die ervoor kozen met geweld kenbaar te maken dat ze het leven hier beu waren en dat ze aan een flirt waren begonnen met de dood zelf. Was het een gevoel van nutteloosheid, dat hen ertoe dreef? De beelden in reclame en actiefilms die mannen enerzijds oppompte tot bundels dadendrang, anderzijds tot intellectuele onbenullen?
“Bedankt,” zei Irina toen ze gepast geld ontving. De jongen keek haar één seconde langer aan dan nodig was. In haar hoofd trok iemand een streep in de poot van een enorm bed.

Irina blies nijdig rook uit door haar neusgaten en voelde haar zenuwen opspannen. De maanden die erop gevolgd waren leken nu op een steeds uitputtender trektocht omhoog langs bergpaden, waar het landschap langzaam kaler en kaler werd, tot de top niks meer had gebleken dan een afgrond. Ze vervloekte zichzelf voor die clichébeeldspraak en trad uit haar eigen kwaadheid naar een kwaadheid tegenover Gert die altijd gelachen had met haar gewoonte om uitdrukking en woorden te verzamelen en op losse stukken papier te schrijven. Eerst goedmoedig gelach, als een vader, dan neerbuigend als een leraar, tenslotte met het hoofdschudden van een Echte Artiest die Irina maar een burgertrut vond. Dat had hij letterlijk gezegd.
Voor elk van zijn afwijkingen (deviaties!) had hij een uitleg (explicatie?) klaar gehad. Waarom hij nog niet was doorgebroken? Omdat dat niet nodig was. Waarom hij op zijn leeftijd nog zo vaak uitging? Omdat hij hield van het leven en de mensen. Waarom hij zo zelden vaste relaties had gehad? Omdat hij respect had voor de vrijheid van andere mensen. Irina had er haar studies voor opgegeven, want een universitaire studie was niks meer dan een gouden ketting die haar aan de saaie, gladgestreken middenklasse zou binden. Een leven met Gert had honderden keren interessanter geleken.
Irina vond terug een vorm van kalmte, sloot haar ogen en concentreerde zich alleen op de rook die ze naar binnen trok. Ze zag Gert nu helder voor haar staan, met zijn los hangend donker haar en zijn grote, grijze ogen. Hij had niks te zeggen. Voor al zijn pose was hij een figuur die gedoemd was steeds dezelfde rol te gaan spelen tot zijn masker afzakte.
"Ja," zei ze in gedachten, "je hebt me één ding bijgeleerd: dat ik niet kan liegen tegen mezelf."
Irina wiste de sms zonder hem te herlezen.

Verder naar deel zeven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten